Na regen komt zonneschijn
reageer »

Dit jaar hebben we een bijzonder mooi voorjaar. De lente diende zich al vroeg aan en de natuur liep weken voor op wat normaal is voor de tijd van het jaar.

De gevolgen van dit mooie voorjaar voor de tuinbouw zijn niet positief, om maar eens een “understatement” te gebruiken. Over de gehele linie zijn de opbrengsten dit jaar een stuk lager dan voorgaande jaren. Veel bedrijven komen op dit moment in de liquiditeitsproblemen.

Hoe is het eigenlijk mogelijk dat een sector als de onze door een wat warmer voorjaar zo in de problemen kan komen? Is onze positie dan zo wankel? Het antwoord hierop is zowel bevestigend als ontkennend. Wat is er nu precies dit voorjaar gebeurd in de markt?

De zeer mooie en zachte winter in bijna geheel Europa heeft de winterteelten in Zuid Europa dit voorjaar zeer productief gemaakt en de teelt van ons vervroegd met ook nog eens een hogere productie. Het gevolg was een totale clash van de twee belangrijkste productiegebieden in Europa. Maar er is meer aan de hand. We hebben ons vorig jaar door juist een precies tegenovergestelde weersituatie als dit jaar in slaap laten sussen. Vorig voorjaar was er continu tekort aan product met bijna voor alle producten goede prijzen. Maar toen er een normale zomer op volgde met normale producties werd zichtbaar dat de markt direct alweer overvol zat met lage prijzen als gevolg. De realiteit is dat we bij normale weersomstandigheden in een structureel volle, misschien wel overvolle markt zitten. We moeten accepteren dat Spanje en andere Mediterrane landen succesvol zijn met het produceren en vermarkten van groenten en dat zij steeds meer in ons traditionele seizoen produceren. Ook de productie van groenten in landen die normaal gesproken onze exportbestemmingen zijn neemt ieder jaar toe. We hebben ieder jaar minder ruimte om ons product in de traditionele afzetmarkten af te zetten. En potentieel nieuwe markten ontwikkelen zich nog maar mondjesmaat. Zeker in een productiejaar als dit voelen wij dat iedere dag.

Weer een verloren jaar gaan de Nederlandse telers niet allemaal volhouden. Er zijn al signalen geweest dat banken dit jaar knopen gaan doorhakken. Maar we moeten ook niet de emotionele spanningen en druk vergeten die momenteel op de telers staat. Deze is erg hoog en voor sommigen soms zelfs te hoog. Het is volgens mij bijna onmenselijk om iedere dag onder druk te staan van mensen die hun rekeningen betaald willen zien en aan de andere kant de vaak tegenvallende opbrengstprijzen. Je ziet je bedrijf als het ware als los zand tussen je vingers door glippen. Enorm frustrerend!

Dus maatregelen zijn er nodig. En snel ook. Als eerste en belangrijkste is het noodzakelijk dat de balans tussen vraag en aanbod structureel hersteld wordt. Aangezien de markt niet zomaar zal groeien zal dus het aanbod moeten afnemen. Dit is geen gemakkelijke weg om te gaan want een structurele afname van het aanbod zal voor een aantal ondernemers een koude en kille sanering betekenen maar hij is wel onvermijdelijk. En er is meer nodig.

De maatregelen die mij voor ogen staan beginnen allemaal met een S, namelijk  Saneren, Slopen en Stimuleren. Saneren behoeft geen nadere verduidelijking. De banken zullen bedrijven die er slecht voor staan de deuren laten sluiten. Maar Slopen is net zo belangrijk. Als dezelfde bedrijven voor een habbekrats verkocht gaan worden en weer met dezelfde teelten voortgezet gaan worden dan is er niets gewonnen. Daarmee wordt alleen de onderlinge concurrentie tussen de telers aangewakkerd omdat de kostprijs van een gesaneerd bedrijf veel lager zal liggen. En als laatste Stimuleren. Allerlei innovaties in teelt en afzet staan stil omdat banken geen financieringen geven en ondernemers alleen maar bezig zijn met overleven. Deze vicieuze cirkel moet doorbroken worden en er zal gericht gestimuleerd moeten gaan worden. De overheid zal hierbij niet aan de kant kunnen blijven staan. Daar is de tuinbouw voor Nederland een veel te waardevolle sector voor.

Als eendrachtig door de sector, d.w.z. de banken, overheden en vooral door de ondernemers, de schouders eronder gezet gaan worden zal de tuinbouw in Nederland ook deze tegenslag overwinnen en blijven voortbestaan. De sector is dan wellicht kleiner maar financieel gezond en in ieder geval veel markt- en vooral consumentgerichter. Laten we aan de slag gaan. Dan zal de zon voor onze sector ook in figuurlijke zin weer gaan schijnen.

 

Naar boven

Te duur
reageer »

Wat mij de afgelopen tijd verbaasd heeft was het bericht in de media dat er zoveel mensen in Nederland onder de “armoedegrens” leven.

In het desbetreffende  bericht stond dat gezinnen met een netto inkomen van minder dan  € 1840,- in armoede leven. Nu kun je altijd vraagtekens zetten bij de hoogte van zo’n grens ( ook de hulpindustrie moet werk houden) maar € 1840.- is toch een heel bedrag. Het modaal inkomen ligt op dit moment netto op €1960,-. Met €120,- minder per maand leef je dus in armoede.

De realiteit is dat Nederland een raar duur land geworden is. Want ook degenen die wat meer te spenderen hebben, merken dat het geen vetpot is en dat het budget iedere maand aardig op is. En dat is niet als gevolg van de dagelijkse levensbehoeften, de officiële inflatie mag natuurlijk niet teveel stijgen… Het komt  vooral door woonlasten, energie-, vervoers- en ziektekosten. Binnen deze kosten is het de overheid die keer op keer de tarieven omhoog jaagt door steeds weer nieuwe of hogere heffingen. De Nederlandse overheid is “rupsje nooit genoeg” en het bedrijfsleven en vooral de burgers hebben het nakijken.

Ook als ik de laatste tijd met onze leden praat merk ik dezelfde tendens. Er is een aantal productgroepen zoals paprika’s en komkommers waarvan de middenprijzen dit jaar boven het gemiddelde van de laatste jaren liggen. Ik hoor dat “de rekeningen betaald” zijn maar dat het zeker geen topjaar is geweest. Om  van de tomatenteelt nog maar te zwijgen. Als je doorvraagt dan hoor je vooral dat alle lasten weer gestegen zijn met een hoofdrol voor de energiekosten. Ook hier is de hand van de overheid merkbaar.  Nederland en daarmee heel Europa is zich op het gebied van de kosten van energie uit de wereldmarkt aan het prijzen.

Als ik realistisch ben denk ik dat de situatie de komende jaren niet gaat veranderen. Daarvoor zijn de budgettaire gaten te groot en is het electoraal blijkbaar heel moeilijk om in eigen vlees te snijden.

Juist als de situatie niet lijkt te gaan veranderen en de kosten zeker niet omlaag gaan moet de echte ondernemer op gaan staan. Er zijn dan diverse strategieën om je bedrijf te laten renderen. Je kunt kiezen voor bijvoorbeeld kostprijsleiderschap of een toegevoegde waarde strategie. Juist in landen waar de kosten hoog zijn is vaak het devies om je te richten op een toegevoegde waarde strategie. Denk daarbij aan het onderscheidend vermogen in product en verpakkingen bieden.

Door de hoge productiekosten in Nederland en het feit dat groenten en fruit “commodities” zijn, is een kostprijsleiderschap strategie voor Nederlandse tuinbouwondernemers echter de voor de hand liggende keuze. Als je dat niet doet dan weet je zeker dat je het niet gaat redden. En dat geldt eigenlijk voor alle spelers in de AGF-keten.

De ervaring leert dat het voor een ondernemer bijna onmogelijk is beide strategieën gezamenlijk in de finesses uit te voeren. Een stevig dilemma dus want op kostprijs alleen gaan we het niet van onze concurrenten winnen.

De oplossing ligt volgens mij in de keten. Alle ketenspelers zullen kostprijsgericht moeten werken om te overleven, maar om de klanten en vooral de consumenten voor zich te blijven winnen, is toegevoegde waarde noodzakelijk. Die ‘hybride-strategie’ zal door de keten gezamenlijk vormgegeven moeten worden. En hier komt dan de telersvereniging om de hoek kijken. Als centrale spil in de keten is de telersvereniging bij uitstek geschikt om deze rol op zich te nemen. Samen met de leden en de afnemers afspraken maken over hoe we kunnen invullen wat de markt van ons vraagt en over hoe wij de klant kunnen verleiden. Als wij dit met volle inzet blijven uitvoeren blijven we als tuinbouw concurrerend en interessant voor onze klanten. Dan blijft er een mooie toekomst voor de Nederlandse tuinbouw.

Langs deze weg wens ik iedereen een gezond, gelukkig en succesvol 2014. Laten we er een mooi jaar van maken!


Naar boven

De klok terugdraaien
reageer »

De klok heeft een belangrijke rol in ons leven. Iedere dag als de wekker afgaat zien we dat het weer zes uur is en we aan de slag moeten.

Of het “klokje van gehoorzaamheid” dat ons erop wijst dat we toch naar huis moeten terwijl het op een feestje nog erg gezellig is. De hele dag worden we geleefd door de klok. Het bepaalt voor velen onder ons het leefritme.

Ook in de groenten & fruit sector is de klok nog steeds van belang. De oudere telers onder ons zijn er mee grootgebracht en kijken er (soms) met weemoed op terug. Jongere telers daarentegen ervaren de klok als een relikwie uit een verleden dat niet meer terugkomt. De meningen over de klok als prijsinstrument zijn verdeeld.

Regelmatig laaien er weer twisten op tussen voor- en tegenstanders van de klok. Voornamelijk in de perioden dat de opbrengstprijzen erg goed of juist erg slecht zijn. En dat is prima want dan kunnen we op argumenten met elkaar de discussie aan gaan over het gebruik van dit prijsinstrument.

Mijn mening over nut en noodzaak van een klok als prijsinstrument is helder. Ik vind een klok zoals die op dit moment functioneert een obstakel in de markt. Buiten het feit dat een klok een nauwere samenwerking tussen klanten en telers in de weg staat (koper en teler blijven naamloos voor elkaar) is er nog een aantal andere bezwaren dat aan het instrument klok kleeft. Mijns inziens het belangrijkste bezwaar daarin is dat de organisaties die de klok gebruiken in de afzet van de grote glasgroenten zoals paprika of tomaat een zeer egocentrische visie hebben op de afzetmarkt. Als de markt positief is dan maak je ontegenzeggelijk met de klok de beste kans op de hoogste uitbetaalprijs maar als de markt overvol is dan is de klok een waardeloos instrument en zakt de prijs heel snel naar de bodem. Maar omdat de klok een openbaar prijsinstrument is wordt de gehele markt mee naar beneden gezogen. Dus als er voordeel is, is het voor de eigen aanvoerders en als er een nadeel is wordt het een probleem van de gehele markt gemaakt. De situatie in de tomaten van de afgelopen weken is daar een duidelijk bewijs van.

Het zou beter zijn om de qua afzetvolume toch al beperkte rol van de klok verder te beperken en zodanig veel kennis van de markt op te bouwen dat zonder een openbaar prijsinstrument de juiste productprijs bepaald wordt. We missen dan soms de pieken maar vermijden ook de soms onnodig diepe dalen.

Het is goed als afzetorganisaties die gebruik maken van een klok niet de schuld van de slechte prijzen bij anderen zoeken maar eens goed nadenken over de rol van hun prijsinstrument. Het zou hen sieren wat meer respect te hebben voor de keuzes van anderen. Iets met balken en splinters?!

Naar boven

MVO
reageer »

Over MVO heb ik al diverse malen geschreven in eerdere blogs. Ook deze keer wil het hebben over MVO. Maar deze keer niet over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen maar....

....over iets dat momenteel maatschappelijk nog veel relevanter is: Moreel Verantwoordelijk Ondernemen.

U bent waarschijnlijk, net als ik, de laatste jaren iedere keer weer verbijsterd over alle onthullingen van fraude of verwijtbaar handelen die we bijna dagelijks over ons heen krijgen. Als eerste ging het over excessieve bonussen in de top van het bedrijfsleven maar dat was nog maar kinderspel in vergelijking met wat daarna kwam:  het roekeloos handelen van banken met een diepe economische crisis als gevolg en de laatste jaren vooral de misstanden in het (semi) openbaar bestuur. Woningbouwcoöperaties die hun nut en noodzaak helemaal kwijt geraakt zijn, ambtenaren die grootschalige fraude onder de pet houden, ziekenhuizen en andere behandelaars die frauderen bij het declareren van behandelingen en nu weer energiemaatschappijen die grijze stroom als groen verkopen, Had iemand mij vijf jaar geleden dit voorgespiegeld dan had ik gevraagd of hij/zij niet teveel gesnoven had. Dit kon natuurlijk niet in een land als Nederland gebeuren. We waren toch geen corrupte bananenrepubliek.

Maar nu het allemaal aan het licht komt kunnen we niet anders concluderen dan dat er iets heel erg fout zit in het bestuur van dit land en wellicht wel in ons allemaal. Hoe kun je als verantwoordelijk bestuurder dit verdedigen? Wat is er mis met ons morele kompas? Er moeten toch binnen al deze organisaties mensen geweest zijn die gedacht hebben “Dit kan toch niet? Dit kunnen we toch niet maken? Hiervoor zijn wij niet in het leven geroepen.” Maar blijkbaar werkt het systeem zo dat dit soort geluiden niet boven komen drijven.

Overal om mij heen hoor ik steeds meer mensen die dit soort praktijken spuugzat zijn. Wij willen dit niet meer. We willen weer bedrijven en instanties die we kunnen vertrouwen, die werkelijk transparant zijn en zich bezighouden met de taak waarvoor ze opgericht zijn, dienstbaar en gestructureerd functioneren. Maar is het niet te laat? Zal niet eerst deze hele mestvaal opgeruimd moeten worden om dan weer met een schone lei te kunnen beginnen vanuit de lessen die we geleerd hebben? Ik hoop van niet want dan ben ik bang dat we eerst nog meer chaos krijgen. Laten we positief zijn en er vanuit gaan dat de politiek voldoende reinigend vermogen heeft.

Ook onze eigen sector is denk ik toe aan herijking van het moreel kompas. Je hoort tuinbouwondernemers klagen dat ze geen rechtvaardige prijs voor hun schoon en verantwoord geteelde producten krijgen. Dat ze net als iedereen een normale belegde boterham willen verdienen. Ik vind dit een terechte opmerking. Fair Trade is er niet alleen voor ontwikkelingslanden.

Maar dan moeten we als tuinbouwsector ook naar onszelf kijken en de spiegel voorhouden. Dan moeten we ook de maatschappij eerlijk behandelen. We leven en produceren in Nederland en dan moeten we ons houden aan de mores van ons land. Dan moeten we niet meer in het nieuws komen met uitgebuite buitenlandse aspergestekers, geen veroordelingen van de NMA krijgen en geen onduidelijkheid over het toepassen van subsidies meer accepteren. Hoewel dit vaak solitaire zaken zijn, schetsen ze als geheel het beeld van een sector die het niet zo nauw neemt met de regels. Dit is schadelijk voor ons imago en versterkt zeker niet de positie van de tuinbouw in Nederland.

Ik begeef mij natuurlijk op ontzettend glad ijs met deze blog. ‘Wat een moraalridder’ hoor ik u al denken. Daarom eindig ik met de woorden: Moreel Verantwoordelijk Ondernemen begint bij jezelf. Laten we beginnen!

Naar boven

Duur of Duurzaam?
reageer »

We leven in de tijd dat alles duurzaam en maatschappelijk verantwoord moet zijn.

Je kunt geen krant openslaan of een radio aanzetten of je wordt overspoeld door de “duurzaamheidsdoctrine”. Ik krijg er spontaan antiperistaltische bewegingen van.

Ik ben benieuwd naar hoe we over 100 jaar terugkijken op deze tijd. Hebben we de aarde echt gered of werden we meegenomen in een dwaasheid die ons,  geleid door “groene profeten”, onze huidige leefwijze in de afgrond hebben doen storten? Over een aantal decennia weten we het.

Groen en duurzaam is een religie, een geloof geworden waarbij argumenten niet meer tellen. De mens is schuldig en zal boeten. Het lijkt wel of deze ontwikkeling rechtevenredig verloopt met de huidige ontkerking van vooral de Westerse wereld.

Nu ben ik helemaal niet tegen duurzaam. Ook ik vind dat wij onze aarde in goede staat moeten achterlaten voor de generaties die na ons komen. We hebben per slot van rekening maar één Aarde. Maar het thema duurzaam is op dit moment gekaapt door fanatieke milieuactivisten, onwetende politici en steeds meer, de grote multinationals. Deze laatste omarmen het duurzaam ideaal omdat het hen financieel gewin oplevert. Zo koketteert Coca Cola op dit moment met de ijsbeer. Die zou uitsterven en door Coca Cola te drinken doen wij daar wat aan. Terwijl wetenschappelijk onderzoek door biologen juist heeft aangetoond dat de populatie ijsberen op het Noordelijk Halfrond de laatste twintig jaar gestegen is. Geloof en werkelijkheid. De gewone consument is onwetend en wordt ook zo gehouden. Ondertussen wordt zijn portemonnee door overheid en commercie leeggeroofd.

Zoals eerder gezegd ben ook ik voor duurzaam. Hoe ziet mijn duurzaamheid er dan uit? Heel simpel, wij moeten terug naar onze oude Nederlandse volksaard: zuinig zijn. Duurzaam is voor mij vooral het zuinig zijn met grondstoffen, met energie, met voedsel, met eigenlijk alles wat wij verbruiken. Het is absoluut mogelijk om ons dagelijks verbruik van grondstoffen te halveren zonder dat dit een impact heeft op ons dagelijks leven. Door zuinig te zijn kunnen we veel langer doen met onze huidige voorraden op deze aarde. En zo hebben we veel meer respijt om (daar komt -ie!) echte duurzame oplossingen te vinden voor het probleem van het opraken van onze natuurlijke hulpbronnen. Niet zoals nu door het bouwen van kapitaal- en grondstofverslindende windmolens die nooit rendabel worden maar echte oplossingen.

Het voorbeeld dat duurzaam en zuinigheid hand in hand kunnen gaan en tot werkelijke resultaten kunnen leiden is de tuinbouwsector. Als geen andere sector is het verbruik van energie per kg product zozeer gedaald als in de tuinbouw. De tuinbouw is waarschijnlijk de enige sector in ons land die aan de voor 2020 geldende doelstellingen voor verlaging van energieverbruik kan gaan voldoen. De kassen zijn gesloten productie-eenheden geworden waarbij zo goed als alles gerecycled wordt. Overal wordt biologische bestrijding ingezet. Hoewel we vooral door economische overwegingen gedwongen werden tot zuinigheid hebben we wel veel bereikt. En daar mogen we trots op zijn. Dit moeten we ook veel meer naar de markt en maatschappij uitdragen. Geen schijndoelen zoals “zielige” ijsberen maar echte resultaten die waardevol zijn voor de mensheid.

Wij zijn goed bezig als tuinbouw. Laten we daar trots op zijn!

Naar boven

Nieuwe ronde, nieuwe kansen
reageer »

Laat ik mijn eerste blog van 2013 maar eens beginnen met iedereen een heel mooi, gezond en succesvol 2013 toe te wensen.

Het jaar 2012 hebben we achter ons gelaten en we staan weer voor een heel nieuw en maagdelijk jaar. Een jaar met volop mogelijkheden. Zoals ze bij ons op de kermis altijd riepen: Nieuwe ronde, nieuwe kansen!

Het is momenteel weer de tijd van toekomstprofeten. Ondanks dat we weten dat het onzin is (kijkt iemand ooit nog eens terug op al die voorspellingen trouwens?) willen we onderbewust toch graag weten wat er ons te wachten staat. Is het goed of komen er teleurstellingen aan? Als mens anno 2013 kunnen we slecht leven met onzekerheden en daarom maken we ons in toenemende mate zorgen over onze “toekomst’. We willen “het weten” zodat we er iets aan kunnen doen. Wilt u voorbeelden? Verzekeringen; we verzekeren ons leven maximaal tegen van alles en nog wat. Nog een voorbeeld: we willen onze aarde beschermen als nalatenschap voor onze kinderen en voeren daarom een “klimaatbeleid”. En onze gezondheidszorg breidt ongebreideld uit omdat we allemaal wensen dat, als wij zelf ziek worden, er een behandeling is voor onze kwaal.

En dan komt die onvermijdelijke crisis eraan. Dan blijkt dat al die goudgerande verzekeringen niet zoveel waard te zijn. Dan blijkt dat de aarde helemaal niet opwarmt en zich zeker niet iets aantrekt van onze armzalige pogingen tot klimaatbeleid en dan blijken er toch (financiële) grenzen te zitten aan onze gezondheidszorg.

Die vermaledijde economische crisis. Die zet ons gelukkig weer met beide beentjes op de vloer. Net op tijd. We begonnen al in onze eigen sprookjeswereld te geloven. Tot het weer een aantal jaren goed gaat, dan kunnen we ons weer sprookjes veroorloven. Maar dan moeten we wel uit deze crisis zien te komen anders stopt de sprookjescyclus. Er is dus werk aan de winkel hoewel het geen gemakkelijke opgave zal worden.

Heel veel sectoren van onze economie lijden momenteel onder de bezuinigingsdrift van de consument die de bezuinigingen van de overheid vooral vertaalt ziet in lastenverzwaringen voor zichzelf. Diezelfde consument weet dat hij of zij ook de komende jaren de klos is. Het beeld van krimpende uitgaven door consumenten zien we in heel Europa. Overheden leggen overal een steeds groter beslag op het BNP en de consument delft steeds meer het onderspit. Dit beleid is zeer ongunstig voor onze (Europese) economie, alle bedrijfstakken merken op dit moment dat de consument de hand op de knip houdt en voorlopig ook zal houden.

Wat gaat dat nu betekenen voor onze groenten- en fruitsector? Zullen de bestedingen voor gezonde producten als groenten en fruit evenredig meezakken of blijven deze, juist nu men gezond en sterk moet blijven in tijden van crisis, buiten schot of groeien ze juist?  Zal de margedruk in onze keten nog meer toenemen door de concurrentiestrijd tussen de supermarkten of zullen wij, door een beter evenwicht tussen de vraag en aanbod, in staat zijn de druk van supermarkten te weerstaan? Allemaal vragen waar wij het antwoord nog niet op  weten maar waar de komende jaren wel duidelijkheid over komt. Ook hier dus zorgen maar tegelijkertijd weinig invloed. 

Wat kunnen we wel doen? Naar mijn mening moeten we ons vooral richten op zaken waar we directe invloed op hebben en die belangrijk zijn voor onze sector. Die zijn er genoeg. Ik zal er eens een paar noemen:

- Het opzetten van een sterke brancheorganisatie. Nu het PT verdwijnt, wij geen ministerie van landbouw meer hebben en er ook geen minister of staatssecretaris is die affiniteit met de sector heeft en, als laatste, er steeds meer zaken in Brussel besloten worden, is het opzetten van een breed gedragen en ijzersterke brancheorganisatie van levensbelang. Niet alleen blij zijn met het besparen van de PT-heffing maar ook opnieuw durven investeren in belangenbehartiging en lobby.

- Het versneld streven naar een aantal sterke ketenpartijen die de afzet van onze producten regelen. Ondanks onze fusie als Van Nature, is 2012 het jaar van verdere versnippering geworden. Een heilloze weg. Het probleem van een sterke krimp van het aantal afnemers kun je alleen oplossen door het eveneens verminderen van het aantal aanbieders.

- Herstellen van het contact met de consument. Door het ontstaan van supermarkten en het feit dat er steeds meer mensen in stedelijke omgevingen zijn gaan wonen is het contact tussen producent en consument verloren gegaan. Dit versterkt de machtpositie van de supermarkt en beperkt onze mogelijkheden wanneer wij als sector met de consument willen communiceren (denk aan de EHEC crisis). Dit contact moeten wij herstellen. Hier ligt een taak voor iedereen in de keten, van producent tot sectororganisaties. Daarbij helpt het natuurlijk niet dat onlangs besloten is dat een belangrijk initiatief als het GroentenFruitBureau per 1 april ter ziele gaat.

Ik heb hier zomaar drie voorbeelden genoemd, zo zijn er vast nog veel meer. Maar bovenal vragen onze problemen om een sector die bereid is tot samenwerking, die bereid is tot compromissen en die een gezamenlijke visie heeft. Laten we daar nu eens mee beginnen. Dan wordt 2013 een mooi en succesvol jaar. Dat voorspel ik u!

Naar boven

0 punten
reageer »

Er waart een dodelijke sluipmoordenaar rond op onze aardbol. Een moordenaar in ons midden die, als we niets doen, steeds meer slachtoffers zal gaan maken.

Sluipend, onbewust maar zeer efficiënt. We zien hem dagelijks om ons heen maar we zijn ons er niet van bewust.

Een onheilspellend begin van mijn blog, nietwaar? Nu zult u wel denken: ‘Waar heeft die Van Luijk het nu weer over. Ik zal het u zeggen: ik heb het over Obesitas, de dodelijke ziekte die de mensheid steeds meer in zijn greep krijgt en waaraan we blijkbaar niet kunnen ontsnappen. Obesitas is een “ziekte” waarbij de patiënt lijdt aan ernstig tot zeer ernstig overgewicht waarbij de bedreiging voor de gezondheid vooral komt vanuit een grote kans op hart- en vaatziekten, suikerziekte en hoge bloeddruk.

Als je de cijfers van de WHO en andere gezondheidsinstanties ziet dan kan het niet anders dan dat de schrik je om het hart slaat. Luister en huiver: De wereld wordt overspoeld door een “tsunami” aan Obesitas, bijna een miljard mensen is veel te dik en ze wonen vooral in de Engelstalige landen en Europa. Maar ook in de zgn. Derde Wereld komt het steeds meer voor (The Lancet). Twee derde (!) van de volwassen Amerikanen en één derde van de Amerikaanse kinderen heeft last van overgewicht of Obesitas (US Institute of Medicine). Ook in Nederland zijn er al een half miljoen kinderen met overgewicht.

De oorzaak: we eten teveel en te vet en we bewegen te weinig. De moderne mens heeft voedsel altijd binnen handbereik en ons werk is steeds meer verbannen naar kantoren of is verregaand geautomatiseerd. Ook thuis nemen de huishoudelijke apparaten ons het werk uit handen. Daarmee vertel ik u niets nieuws, dit weten we eigenlijk allemaal al jaren. Maar toch weten we deze ontwikkeling tot nu toe niet te stoppen.

Zelf ben ik ook niet aan de magere kant. Na jarenlange, forse, fysieke inspanning in mijn, nu “old school” tuinbouwbedrijf, ben ik ook achter het bureau gekropen. Het zijn lange dagen en vaak ontbreekt het mij daarbuiten dan aan de fut om eens “lekker te gaan bewegen”. En dat heeft door de jaren heen tot mijn huidige “atletische” figuur geleid. Dat dit zo niet goed ging daar was ik mij wel van bewust, maar er wat aan doen dat viel ook mij niet mee.

Een paar maanden geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik lid geworden van de Weight Watchers. Wekelijks ga ik met al mijn lotgenoten naar de club om gewikt en gewogen te worden. En dat valt niet altijd mee. Soms is er een kilo af en dan weer bijna niets of, nog erger, ben ik weer gegroeid. Het is een hele strijd moet ik zeggen.

Nu is de methode van de WW gebaseerd op het tellen van voedingspunten van alles wat je die dag naar binnenwerkt. Ieder voedingmiddel heeft zijn eigen aantal punten. Als lid van de WW krijg je een bepaald aantal punten toegewezen en dagelijks mag je niet meer punten gebruiken dan je eigen dagquotum. Een hele uitzoek maar er zijn handige hulpmiddeltjes. Nu is er één ding waar ik bij dit punten tellen wel erg blij van wordt. Alle verse groenten en fruit zijn nul punten (0, nada, niks). Omdat het niet meevalt binnen je punten te blijven moet je gewoon veel fruit en groenten eten. En daar word ik als “groenteman”  wel weer blij van.

De verkiezingen komen eraan. Dus daarom aan alle politieke partijen: Iedere inwoner van Nederland die een BMI heeft van boven de 25 moet aan de puntentelling! Verplicht en gewoon vergoedt vanuit de zorgverzekeraars. Dit is volgens mij eenbelangrijk instrument om in de toekomst de steeds verder uitdijende ziektekosten in bedwang te krijgen. Onze gezondheid wordt er veel beter van (en wij als groentesector verdienen dan ook weer eens een belegde boterham).

En denk niet dat het wel een beetje erg ver gaat om mensen dit te verplichten. In een land waar je op terrassen als gast niet staande je biertje mag drinken, in een land waar je op lege tienbaanswegen maar honderd kilometer per uur mag, in een land waar duizenden bijzondere opsporingsambtenaren zijn aangesteld om de burger nauwlettend in de gaten te houden, in zo’n land zijn dit soort maatregelen heel gewoon en bovendien: hier wordt iedereen beter van!. Dus politiek, neem mijn voorstel over en maak ons land beter en vooral gezond!

Naar boven

Sector in verwarring?!
reageer »

Ik was vorige week aan het nadenken over een onderwerp voor mijn nieuwe weblog. Soms valt dat niet mee en ontbreekt mij simpelweg de inspiratie. Dan word je zo in beslag genomen....

...door alle dagelijkse beslommeringen dat je niet je hoofd even vrij kan maken om na te denken over wat er in de sector speelt.

Op dat moment bereikte mij het nieuws dat een collega directeur van een andere afzetorganisatie het desbetreffende bedrijf gaat verlaten. Nu weet je nooit wat daar precies de achtergrond van is en het is normaal dat mensen of bedrijven van tijd tot tijd op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen of nieuw elan. Maar het is in onze sector de laatste tijd wel heel vaak raak met managers en directeuren die het veld moeten ruimen. Ze worden “opgevreten” en uitgespuwd alsof het niks is. Een rare gang van zaken eigenlijk die stof tot nadenken geeft.

In ieder geval zijn het signalen dat onze sector nog steeds in verwarring is. Welke kant moeten we op? Het lijkt wel of niemand het antwoord kan geven. Ingezette strategieën worden even snel losgelaten als dat ze ingezet zijn en het opportunisme viert hoogtij. En in het spoor van al die koerswisselingen komen dan weer nieuwe directies die mogen proberen de kritische achterban het naar de zin te maken. Naar mijn mening een heilloze weg.

Ik werk zelf al een tijd in een keten die, na de fusie met een andere gelijkwaardige keten, Van Nature is gaan heten. Dat is geen verdienste van mijzelf maar van de mensen die met ons samen onze keten vormen. Al jaren zijn wij heel duidelijk in ons afzetmodel en blijven we met kleine koersaanpassingen goed op ons doel gericht: het beste rendement voor onze telers. Iedere dag doen wat nodig is om dit doel te bereiken. Daar is waar het om draait.

Wat we niet doen is met alle winden meewaaien en iedereen naar de mond praten om ze tevreden te houden. Ons ketenmodel is zeer belangrijk en biedt houvast aan iedereen die samenwerkt in onze keten. Je weet wat er van je verwacht wordt en wat je terugkrijgt als je in de Van Nature keten zit. Het is zo helder als glas en gestoeld op vertrouwen en kunde.

De dit jaar ingezette fusie is succesvol geïmplementeerd en de organisatie loopt als een trein. Natuurlijk moeten de beide bloedgroepen nog samengesmeed worden tot een nieuwe Van Nature bloedgroep maar dat gaat sneller dan ik gehoopt had. Onze blik is nu gericht op groei van ons ledenbestand. Onze visie om één van de paar overblijvende afzetketens te zijn vereist dat wij groeien. Daar gaan we ons de komende tijd op richten. Iedere teler die onze afzetvisie en structuur ziet zitten is daarom van harte welkom.

Zoals u kunt lezen ben ik nog lang niet uitgekeken op de Van Nature keten en hopelijk zij ook niet op mij. Het is een fantastische club mensen om mee te werken en ik heb veel vertrouwen in de toekomst van Van Nature. Ook al is de sector in verwarring, onze visie en werkwijze hebben we helder voor ogen.

Naar boven

Over je schaduw heen springen
reageer »

Je kon geen televisie of radio aanzetten of je hoorde politici opgetogen praten over dat ze “over hun schaduw heen waren gesprongen” en daarmee hadden ze ons land van de afgrond gered.

Hoewel dat laatste nog moet blijken is het een gezegde dat je niet vaak meer hoort tegenwoordig: over je schaduw heen springen. Wat betekent dat eigenlijk over je schaduw heen springen? ‘Onze Eigen Taal’ schrijft: Als je over je eigen schaduw heen springt, heb je een beslissing genomen waarbij je je niet liet leiden door eigenbelang, maar door een hoger belang. Over je eigen schaduw heen springen is iets dat in werkelijkheid niet mogelijk is. Wie dat in figuurlijke zin toch doet, doet dus iets dat onmogelijk geacht wordt, en dus heel bijzonder is.

Conclusie: Als je je als politicus laat leiden door het hogere, in dit geval het landsbelang in plaats van het eigenbelang, doe je iets dat heel bijzonder is. En ik maar denken dat politici er altijd zaten voor ons belang.

Het waren ook bijzondere omstandigheden die onze politici ertoe brachten om de koppen bij elkaar te steken, de onderlinge verschillen te laten voor wat ze waren, maar vooral te zoeken naar een gezamenlijk belang. En uiteindelijk dat te doen waarvoor wij ze in de Tweede Kamer gekozen hebben.

Nu heb ik in eerdere blogs al meerdere malen parallellen getrokken tussen de politieke en economische situatie in ons land en de specifieke problemen waar wij als tuinbouwsector mee worstelen. Ook nu valt weer zo’n parallel te trekken.
Net zoals onze economie zich in een crisis bevindt, bevindt onze sector zich ook in een crisis. Een afzetcrisis. Een crisis waarbij al sinds een lange tijd onze producten te weinig opbrengen, de klanten steeds groter en machtiger worden en wij juist steeds meer versnipperd raken en waarin de buitenlandse concurrentie steeds groter wordt.

Om deze crisis het hoofd te kunnen bieden moeten we daarom “historische” stappen gaan zetten. Als sector moeten we over onze schaduw heen stappen. Het algemeen belang moet prevaleren boven het eigen belang. Prevaleren boven het belang van afzetorganisaties, boven dat van bestuurders en boven dat van banken. Net als in de begrotingsbesprekingen zal de uitkomst waarschijnlijk niet voor iedereen even plezierig zijn. Maar als we niet snel tot concrete stappen komen is het te laat en is de vitaliteit totaal verdwenen uit de sector. Dan is iedereen zover achteruit geboerd dat niemand meer een toekomst heeft.

Als fusievereniging Van Nature hebben we bewezen dat het ook in deze sector mogelijk is om over je eigen schaduw heen te springen. Belangen zijn opzij geschoven en de toekomst van onze leden is voorop gesteld. Als gezamenlijke verenigingen zijn we nog beter in staat om het product van onze leden via vier sterke handelsbedrijven wereldwijd te vermarkten. Hoewel dit nog maar een kleine stap is die de sector echt niet structureel gaat veranderen hebben we wel bewezen dat het mogelijk is. En dat verdere stappen daarmee ook mogelijk zijn. Wij zijn er klaar voor.

Bedenk, dat als bij veel bedrijven straks het licht uit gaat, er helemaal geen schaduw meer is om over heen te springen. Ik wens iedereen heel veel moed en wijsheid toe.

Naar boven

Dagboek van twee (spannende) dagen
reageer »

Het is donderdagmorgen. Na een wat onrustige nacht ("Wat lag je te woelen?") gaan we aan een spannende dag beginnen. Zou het nu toch gaan lukken?

De fusiegesprekken met BGB zijn heel positief verlopen maar toch heeft het veel van mijn energie gevreten. Het is goed dat onze leden zich vanavond gaan uitspreken over de fusie. Kunnen we verder als vereniging.
Ik merk bij mijzelf maar ook bij onze medewerkers dat de spanning gaat toenemen. Wat gaat er veranderen, wat betekent dit voor onze vereniging en voor mijzelf? Maar vooral van: “Laten we maar beginnen, de handen uit de mouwen.” Gewoon doen wat we altijd doen bij nieuwe uitdagingen. “Niet lullen maar poetsen”.

Op de zaak aangekomen is iedereen bezig met zijn of haar werk. De laatste hand wordt gelegd aan de presentatie en we nemen deze samen met collega Hans nog een keer door. Het is ontzettend veel informatie maar we willen onze telers zo goed mogelijk informeren. Altijd een moeilijke afweging. Tussen alles vertellen en wil iedereen dit allemaal wel horen. Het blijft uiteindelijk altijd een kwestie van vertrouwen. Tot nu toe hebben onze leden veel vertrouwen getoond in het bestuur en directie en dat willen we wel zo houden.

We gaan ook afscheid nemen van enkele mensen waaronder de voorzitter dus er worden bloemen binnen gebracht. Prachtige boeketten, maar dat hebben ze wel verdiend. Wat zal ik de zaal vertellen om deze mensen te bedanken voor wat ze allemaal voor Versdirect gedaan hebben? Ik improviseer gewoon wat. Het moet uit je hart komen denk ik.

Ik zit vandaag met diverse medewerkers om de tafel over wat er moet gebeuren na vanavond. We gaan als Versdirect.nl van het positieve uit en we hebben daarom al veel voorbereid. Iedereen is gelukkig positief over de fusie en er worden niet zo zeer problemen opgesomd maar juist mogelijke oplossingen. “Kijk, dat zie ik graag”.

Ik bel  met onze scheidend voorzitter, we nemen de vergadering nog even door en mijmeren wat na over wat er al die jaren bij Versdirect.nl gebeurd is. Mooie, maar soms ook spannende jaren. Het is goed dat wij deze fusie ingaan. Het is belangrijk voor onze leden en goed voor onze sector. De nieuwe vereniging blijft een speler voor de toekomst en wellicht hebben we het model gevonden voor een verdere samenwerking met andere gelijkdenkende partijen. Maar eerst dit goed op de rails zetten.

Het is bijna vijf uur, snel naar huis om wat te eten en om te kleden. Ik verlaat het Versdirect-kantoor en kijk naar de Versdirect-vlag. Als het goed is kom ik morgen terug in het van Nature kantoor.


Vrijdagmorgen vroeg
. Wederom een korte nacht maar nu omdat we er laat ingegaan zijn.

Wat een fantastisch resultaat! Onderweg naar de zaak al veel collega’s uit de sector aan de lijn. Goed nieuws reist blijkbaar snel. Vooral het grote aantal 'vóórstemmers' is een enorme opsteker. Van beide verenigingen is bijna 100% akkoord gegaan met het bestuursvoorstel tot de fusie.
Op de zaak is iedereen vrolijk en in de ban van het behaalde resultaat. Ik laat dat ook maar even zo. Er staan ons nog veel werk en uitdagingen te wachten. Maar dat komt maandag wel. Eerst nog maar even genieten van het resultaat. In een sector waar samenwerkingsgesprekken per definitie op een teleurstelling uitlopen is het een prestatie van de bovenste plank.

“Waarom lukt het nu wel daar waar wij in andere gesprekken nooit tot een resultaat konden komen?” vraag ik me af. Naar mijn mening is hier een aantal factoren van belang geweest: Zo was de druk vanuit de leden erg groot en het bestuur heeft deze boodschap goed begrepen. Er is gekozen voor een pragmatische aanpak waarbij er niet teveel “deskundige” hulp van buitenaf is ingeroepen. Het onderlinge vertrouwen was vanaf het begin groot en bovenal hebben we gewoon een ijzersterk verhaal waar geen speld tussen te krijgen is.

Als Van Nature zijn we straks een sterke club, met voldoende omvang, een al jarenlang bewezen formule, een samenwerking met vier sterke handelsbedrijven en gemotiveerde leden.
Een solide basis voor een verdere uitbouw in de toekomst. Want voor een verdere herstructurering van de afzet in de sector zijn nog wel meer stappen noodzakelijk.

Ik ga zo naar huis. Lekker met mijn vrouw en kinderen wat eten. Dat hebben ze wel verdiend. Zij hebben mij toch wel een beetje gemist de laatste weken. Vaak was ik er niet en als ik er wel was dan toch weer niet echt. Maar het resultaat mag er zijn.

Naar boven

EHEC-oprispingen
reageer »

Het zijn de Pinksterdagen en ik zit in de tuin. Even uitpuffen van de laatste dagen. Ik laat alles nog eens in mijn hoofd passeren. Zelden zo’n rollercoaster aan ontwikkelingen in zo een korte periode meegemaakt.

Het zijn de Pinksterdagen en ik zit in de tuin. Even uitpuffen van de laatste dagen. Ik laat alles nog eens in mijn hoofd passeren. Zelden zo'n rollercoaster aan ontwikkelingen in zo een korte periode meegemaakt.

Dit was een echte crisis, eentje die de tuinbouw (en we zijn toch wel wat gewend) op zijn grondvesten deed schudden.

Het was opvallend hoe snel de dragende organisaties in onze sector dit begrepen hadden en de handen in elkaar sloegen. Niets dan hulde. Vooral alle mensen die zitting hadden in het crisisteam hebben keihard gewerkt en de zaken goed aangepakt. Ondanks alles waren we afhankelijk van hoe de Duitsers de crisis in eigen land aanpakten en met het voor ons verlossende woord kwamen. Maar er is gedaan wat gedaan kon worden. Het crisisbeheer heeft goed gewerkt.

Toch blijft er een onbevredigend gevoel achter. Machteloos bijna. Je wist nagenoeg zeker dat de EHEC-bacterie niet op de Nederlandse kasgroenten kon zitten. Maar toch bleven de Duitse autoriteiten saladegroenten ontraden aan de Duitse consument. Vooral het niet willen toegeven aan het Duitse publiek dat ze geen flauw idee hadden waar de oorzaak lag was blijkbaar niet te verteren voor de autoriteiten. Er moest ten allen tijde een zondebok zijn. Het risico van een algemene (voedsel)hysterie was te groot. Daar waren wij dus mooi klaar mee.

Deze crisis lijkt nu voorbij maar dat is hij nog lang niet. We gaan nog een lange tijd wantrouwen tegenover komkommers, sla en tomaten meemaken bij de Duitse consumenten. En omdat zij veruit onze grootste klant zijn kan een structurele vraaguitval van 5-10% al desastreus zijn voor de prijsvorming. Het blijft dus alle hens aan dek en extra inspanningen in promotie en communicatie zijn voor een langere tijd noodzakelijk.

Het is nog te vroeg voor een algehele evaluatie maar enkele van mijn conclusies wil ik u toch niet onthouden. Er kunnen tenslotte lessen getrokken worden uit deze crisis.

Al de investeringen en inspanningen die wij als sector gedaan hebben in glanzende certificaten zoals QS, Global-Gap en IFS zijn in deze crisis van weinig waarde gebleken. Wij als teelt en handel zijn vanuit Europa wettelijk verplicht om binnen vier uur te achterhalen van welke producent een bepaalde partij afkomstig is en om alle relevante informatie van deze producent aan te leveren. De Duitse Voedsel- en Warenautoriteiten daarentegen zijn drie weken bezig geweest om de "bron" te achterhalen. Ondanks dat al die certificaten ons, en ook de consument, niet geholpen hebben durf ik u te voorspellen dat er meer en strengere eisen en regels gaan komen.

Een andere conclusie is dat er weinig gebleken is van een bepaalde loyaliteit van klanten aan ons als leveranciers. Wellicht kan dit in zo'n situatie ook niet. Ook retailers leven bij de gratie van het vertrouwen van consumenten in hun formule en de producten die zij verkopen. Dit bewijst des te meer dat wij als producenten rechtstreeks het contact met de consument moeten gaan zoeken. De retail kan ons daarbij niet helpen. En met al die nieuwe communicatieplatforms via het internet zijn er gelukkig ook veel meer mogelijkheden.

Wat überhaupt opvalt is de belangrijke rol die internet heeft in deze crisis. We werden werkelijk gebombardeerd, via digitale krantensites en diensten zoals Twitter, met nieuwsflitsen en de meningen van journalisten en mensen zoals u en ik. Iedereen wilde er iets over zeggen. Het ging met een gejaagdheid die we nog niet eerder zijn tegengekomen. Tijd om de zin en onzin van elkaar te scheiden was er niet. Van alles ging er rond over het wereldwijde net. Hierdoor werd er een gigantische hype gecreëerd en de consument: die werd alleen maar voorzichtiger. Ook ik heb hier aan mee gedaan. Door te Twitteren en door alles te volgen via mijn Blackberry.

Er is al een "Slow Food" beweging, wellicht wordt het tijd voor een "Slow Communication" beweging.

Wat mij als laatste van het hart moet betreft de biologische kwekerij waar de EHEC-epidemie is uitgebroken. De indruk die ik ervan kreeg via de televisiebeelden waren dramatisch. Wat een kneuterige, onprofessionele en verwaarloosde bende. Dat daar zulke "gevoelige" kiemgroenten als taugé gekweekt mochten worden. Ik denk dat de Duitse controle-instanties ook hier wat boter op het hoofd hebben.

"Natuurlijk" is niet altijd beter, integendeel, de natuur zit juist vol met gevaren voor de mens.

De moderne teelt anno 2011 in kassen, zonder de risico's van natuurlijke mest, en mét maximaal biologische gewasbescherming, waarvan de producten verwerkt worden in hygiënische sorteer- en verpakruimtes, bieden de meeste zekerheid voor een schoon en gezond product. Daar liggen onze kansen na deze crisis!

Naar boven

De boot missen
reageer »

De huidige positie van de teler in de afzetketen is een weinig benijdenswaardige. De teler zit klem tussen steeds strengere overheidsregels, oligopolistische vermeerderingsbedrijven en een zeer beperkt aantal grote klanten.

De huidige positie van de teler in de afzetketen is een weinig benijdenswaardige. De teler zit klem tussen steeds strengere overheidsregels, oligopolistische vermeerderingsbedrijven en een zeer beperkt aantal grote klanten. In dit steeds beperktere speelveld proberen telers, telersverenigingen en handelsbedrijven hun weg te zoeken.

Dat de teler een weinig benijdenswaardige positie heeft is dagelijks goed te merken. De opbrengstprijzen zijn vaak (te) laag, de inwisselbaarheid met andere leveranciers is groot en de eisen van de grote klanten worden met de dag zwaarder. Vaak ontlaadt dit zich in het uiten van allerlei frustraties. Ongezouten wordt via internetfora en in excursiegroepen collega's en andere afzetorganisaties de maat genomen. Soms goed onderbouwd maar vaak op de man spelend en onder de gordel. Je bereikt er natuurlijk niets mee maar het lucht wel lekker op!

Wat zouden we moeten doen om deze neerwaartse spiraal te doorbreken? Zonder nu de wijsheid in pacht te hebben kan ik er wel een paar noemen.

Als eerste moeten we de huidige situatie accepteren zoals hij is. We kunnen er gefrustreerd van raken maar dat helpt niets. De macht ligt op dit moment bij de kopende partij, bij de retailer. Zij hebben het contact met de consument en ze hebben de leveranciers voor het uitzoeken. We moeten daarom zelf in beweging komen om voldoende tegenkracht te kunnen ontwikkelen.

Ook het aantal handelspartijen is te groot. Het is niet logisch dat, wanneer het aantal retailers in Europa blijft dalen en ook het aantal groententelers in Nederland al bijna gehalveerd is, het aantal handelsbedrijven gelijk blijft of zelfs iets groeit. Naar mijn verwachting zal ook hier een bepaalde consolidatie gaan plaatsvinden.

Wat ook niet helpt is het, zonder enige vorm van marktverkenning of marketingstrategie, klakkeloos uitbreiden van de teeltoppervlakten van onze producten. Als ik de geluiden moet geloven gaat bijvoorbeeld het areaal tomaten weer met 5 tot 10% groeien. Wie moeten die tomaten gaan opeten?

Omdat we continu in een situatie van overproductie verkeren hebben we de laatste decennia onze marktpositie danig verzwakt (tenzij we natuurlijk een verdrijvingsstrategie hanteren, dan zal de sterkste overleven maar dan moeten we ook niet klagen over onze marktpositie).

Wat wel helpt is het stoppen met klagen en als teler of telersgroep aan de slag gaan met de markt. Ontwikkelingen gaan altijd in golven en als iets een hoogtepunt bereikt is de verandering al ingezet. Alleen moeten we die veranderingen wel zien en bereid zijn er mee aan de slag te gaan. De kansen die onze sector worden geboden zijn legio. De vraag naar "local for local" en streekproducten, de wens van de consument tot een maatschappelijk verantwoord product, de opkomst van internet als verkoopkanaal, Social Media als communicatiekanaal naar de consument, het groter worden van het aandeel van groenten en fruit in ons voedselpakket. Zo kan ik nog wel even door gaan.

Volop kansen maar dan moeten we ze wel grijpen. Dus niet elkaar de maat nemen maar de handen uit de mouwen en zelf werken aan je toekomst. De kansen zijn er. Laten we zorgen dat we niet te laat wakker worden en de boot missen, dat andere ketenspelers ons weer voor zijn. Want dan rest ons straks alleen nog het introduceren van een Fair Trade logo voor Nederlandse groenten en fruit. En dat lijkt mij onze eer te na. Volgens mij willen we een sector van winnaars zijn.

Naar boven

Social Media
reageer »

Op dit moment wordt er in de Arabische wereld geschiedenis geschreven. 2011 wordt zo’n jaar waarvan onze kinderen of kleinkinderen op school leren dat er dat jaar grote veranderingen in gang zijn gezet.

Op dit moment wordt er in de Arabische wereld geschiedenis geschreven. 2011 wordt zo'n jaar waarvan onze kinderen of kleinkinderen op school leren dat er dat jaar grote veranderingen in gang zijn gezet.

Wat opvalt is dat een bepaalde generatie opkomt voor haar vrijheden en een deel van de welvaart. Het is vooral de generatie van 20 tot 40 jaar die niet meer accepteert dat er voor enkelen alles en voor hen niets is. Het is niet alleen geldelijke vooruitgang die zij willen maar het zijn vooral persoonlijke en politieke vrijheden waarom geroepen en voor gestreden wordt. Voorlopig is het dus niet een machtsovername door militante moslims waar wij in het Westen zo bang voor zijn. De mensen willen blijkbaar niet de ene dictatuur inruilen voor een andere dictatuur.

Fascinerend is het om te zien hoe de hele volksopstand in de diverse Arabische landen aangestuurd en gevoed wordt door middel van Social Media. Via forums op websites en diensten als Twitter, Facebook en Windows Live zijn mensen in staat om in groten getale zeer snel met elkaar te communiceren en de massa te mobiliseren. Voor het eerst is internet en social media zichtbaar een machtsfactor van belang geworden waartegen het door de meeste dictaturen moeilijk optreden is, uitzonderingen zoals Noord Korea daargelaten. Daar leeft men nog in een digitale pre-historie. Maar ieder een beetje ontwikkeld land staat tegenwoordig vol met computers en deze zijn bijna altijd aangesloten op internet.

Ik vraag mij af hoe wij als groenten- en fruitsector deze revolutie van de Social Media zullen ondergaan. De meesten onder ons zijn nog bezig om de fax uit te faseren en op e-mail over te stappen. Hier en daar wordt de spreekwoordelijke "sigarendoos" nog gebruikt. Er moeten dus nog grote stappen gezet worden door onze sector om alle ontwikkelingen bij te kunnen houden.

Welke invloed gaat social media krijgen? Dat is moeilijk te voorspellen. Zo kunnen wij op dit moment grote groepen consumenten eenvoudig benaderen en daarmee communiceren. Lever leuke en nuttige informatie aan de consument en je heb zo een groot aantal "followers". Maar ook voor medewerkers bij onze klanten of de retailers zal het gebruik van social media, die nu nog vooral privé gebruikt worden, steeds normaler en zelfs vereist gaan worden in de dagelijkse, zakelijke communicatie. Het deelnemen aan bepaalde netwerken wordt steeds belangrijker.

Ik ben geen internetgoeroe (en dat geeft ook niet want die zitten er per definitie altijd naast) maar de ongebreidelde mogelijkheden van social media en het feit dat daardoor iedereen met iedereen in contact staat, gaat onze wereld en de wijze waarop wij zaken doen sterk veranderen. Dat staat voor mij vast.

Naar boven

Weet wat je eet....
reageer »

Onlangs de uitzending van Radar gezien over de Gifmeter 2009. Ik heb er een beetje een dubbel gevoel bij. Bekeken door een tuinbouwbril was de tendentieuze wijze van berichtgeving weer ronduit ergerlijk.

Onlangs de uitzending van Radar gezien over de Gifmeter 2009. Ik heb er een beetje een dubbel gevoel bij. Bekeken door een tuinbouwbril was de tendentieuze wijze van berichtgeving weer ronduit ergerlijk.

Als consument moet je bijna wel levensmoe zijn om nog een stuk groenten of fruit in je mond te steken.

Zo gaat het bijna altijd met dit soort items. De ongenuanceerdheid druipt er van af.

Maar na het lezen van het gehele rapport van Weet Wat Je Eet, van de hand van de zelfbenoemde specialist Rene Houkema, ben ik toch wat positiever geworden. En dat ondanks de titel van het rapport: De Gifmeter. Zo'n titel laat weinig ruimte voor nuances.

Als je de samenvattende conclusie leest van WWJE dan druipt het gif inderdaad van de pen af. De nVWA is incompetent, de supermarkten zijn laks en we zouden voortaan alleen nog maar biologisch moeten eten. Aan de horizon ligt ons voedsel Walhalla. Daar moeten we naar toe. Een andere weg is er niet. Je zou bijna denken dat de milieuclubs die achter WWJE zitten, de voedselveiligheid gebruiken om hun boodschap, via de achterdeur, er toch doorheen te drammen.

De Gifmeter. Op ons voedsel zit dus gif. Als je er over nadenkt is dit wel een rare kronkel in ons denken. Als we ziek zijn gaan we naar de dokter en slikken klakkeloos allerlei pillen. Pillen met soms vreselijke bijwerkingen. Puur gif soms. Maar we hopen dat we er beter van worden. We denken er niet over na. Het zijn per slot van rekening geneesmiddelen.

Echter, als onze planten ziek zijn en we bepaalde middelen gebruiken om ze te genezen dan heet dat ineens weer gif, plantengif. Zijn het dan geen plantgeneesmiddelen?

Als je het rapport verder bestudeert dan word je als Nederlandse tuinbouw een stuk positiever. Wij komen er goed vanaf. De conclusies zijn hard en soms overtrokken maar raken de Nederlandse tuinbouw nauwelijks. De Nederlandse tuinbouw is over het geheel genomen qua gewasbescherming heel goed bezig. En we kunnen nog beter. Jammer dat dit in de berichtgeving nauwelijks naar voren komt.

Toch is het moeilijk om dit punt verder te benutten naar onze klanten of de consument.

Als eerste wordt er door clubs als WWJE met twee maten gemeten. Wij worden als geavanceerde, moderne en zeer schone tuinbouw langs een biologische meetlat gelegd. Biologisch is de norm en al het andere is minder. Maar wij zijn geen biologische tuinbouw en kunnen daar ook niet mee vergeleken worden. Wij zijn de schoonste traditionele producenten ter wereld en wij zijn in staat om schoon en gezond voedsel voor iedereen betaalbaar aan te bieden. Dus niet alleen voor "biologische" elite aan de grachtengordel.

Verder constateer ik dat de overheid haar regie op dit dossier is kwijtgeraakt. Wetenschappelijk vastgestelde MRL's doen er niet meer toe. Het is een complete Wild West van supermarkten en actiegroepen die allemaal hun eigen normen en interpretaties hebben. Het ene moment doe je het goed en even later word je weer aan de schandpaal genageld.

Een punt van zorg blijft dat we met een hele grote groep telers zijn. Er kan altijd een zondaar tussen zitten. Iemand die het niet zo nauw neemt met de regels en die het belang van een goed en schoon imago niet zo belangrijk vindt. Dat maakt ons kwetsbaar. Die ene kan het voor de hele groep verpesten.

Ons motto moet zijn: Be Good and Tell it. Laten wij vooral goed zijn en als anderen het niet willen vertellen, dan moeten we het zelf doen.

Naar boven

30 september
reageer »

Het is alweer een tijd geleden dat ik een weblog geschreven heb. Persoonlijke omstandigheden zorgden ervoor dat ik weinig tijd en inspiratie had om mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen.

Het is alweer een tijd geleden dat ik een weblog geschreven heb. Persoonlijke omstandigheden zorgden ervoor dat ik weinig tijd en inspiratie had om mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen.

Inmiddels is de 30e september gepasseerd. Waarom is 30 september nu zo'n belangrijke datum? Voor bijna alle erkende telersverenigingen is dit de uiterste datum dat een lid zijn lidmaatschap kan beëindigen en op zoek kan gaan naar een andere afzetorganisatie.

De weken vóór het einde van september zijn daarom spannende weken. Niet dat je nu met zweet in de handen naar de brievenbus loopt maar het is altijd wel een moment van de waarheid. Hebben wij als telersvereniging ons werk goed gedaan? Zijn onze leden tevreden of willen ze bij ons weg? De leden van een telersvereniging geven eind september een oordeel over het functioneren van die vereniging.

Soms vervelend, maar altijd nuttig. De statuten, en ook de GMO regelgeving, voorzien hier nu eenmaal in en het is het recht van iedere teler om een andere weg te kiezen.

Als telersvereniging met een eigen afzetorganisatie zou je er soms wel eens vanaf willen. Je wilt graag lange termijn "commitment" en ingezet beleid levert nu eenmaal niet altijd in hetzelfde jaar al resultaat op. Je wilt dat telers langere tijd bij je club blijven. De vraag is dus of je telers, via langdurige overeenkomsten, kunt binden aan je vereniging?

Bij onze vereniging hebben we er tot nu toe voor gekozen een lid ieder jaar vrij te laten in zijn keuze. Ieder jaar kan een teler bij Versdirect.nl opzeggen, maar natuurlijk moeten wij wel binnen de GMO regelgeving blijven. De enige voorwaarde vanuit Versdirect.nl is dat een vertrekkend lid de vereniging geen enkele vorm van schade mag berokkenen. Dat is alles!

Moeten we nu aanpassingen doen? Hoewel het verleidelijk is om lange termijn afspraken te maken denk ik toch dat de vrije keuze voor een teler belangrijker is. Iedere teler die bij Versdirect.nl lid wordt doet dit volledig vrijwillig. Het is zijn bewuste keuze om dit lidmaatschap jaarlijks voort te zetten en niet omdat hij niet anders kan.

Wij moeten ons als Versdirect.nl dus ieder jaar weer bewijzen en prestaties leveren.

Uiteindelijk is dit de meest gezonde situatie, zeker op lange termijn.

Naar boven