Te duur
reageer »

Wat mij de afgelopen tijd verbaasd heeft was het bericht in de media dat er zoveel mensen in Nederland onder de “armoedegrens” leven.

In het desbetreffende  bericht stond dat gezinnen met een netto inkomen van minder dan  € 1840,- in armoede leven. Nu kun je altijd vraagtekens zetten bij de hoogte van zo’n grens ( ook de hulpindustrie moet werk houden) maar € 1840.- is toch een heel bedrag. Het modaal inkomen ligt op dit moment netto op €1960,-. Met €120,- minder per maand leef je dus in armoede.

De realiteit is dat Nederland een raar duur land geworden is. Want ook degenen die wat meer te spenderen hebben, merken dat het geen vetpot is en dat het budget iedere maand aardig op is. En dat is niet als gevolg van de dagelijkse levensbehoeften, de officiële inflatie mag natuurlijk niet teveel stijgen… Het komt  vooral door woonlasten, energie-, vervoers- en ziektekosten. Binnen deze kosten is het de overheid die keer op keer de tarieven omhoog jaagt door steeds weer nieuwe of hogere heffingen. De Nederlandse overheid is “rupsje nooit genoeg” en het bedrijfsleven en vooral de burgers hebben het nakijken.

Ook als ik de laatste tijd met onze leden praat merk ik dezelfde tendens. Er is een aantal productgroepen zoals paprika’s en komkommers waarvan de middenprijzen dit jaar boven het gemiddelde van de laatste jaren liggen. Ik hoor dat “de rekeningen betaald” zijn maar dat het zeker geen topjaar is geweest. Om  van de tomatenteelt nog maar te zwijgen. Als je doorvraagt dan hoor je vooral dat alle lasten weer gestegen zijn met een hoofdrol voor de energiekosten. Ook hier is de hand van de overheid merkbaar.  Nederland en daarmee heel Europa is zich op het gebied van de kosten van energie uit de wereldmarkt aan het prijzen.

Als ik realistisch ben denk ik dat de situatie de komende jaren niet gaat veranderen. Daarvoor zijn de budgettaire gaten te groot en is het electoraal blijkbaar heel moeilijk om in eigen vlees te snijden.

Juist als de situatie niet lijkt te gaan veranderen en de kosten zeker niet omlaag gaan moet de echte ondernemer op gaan staan. Er zijn dan diverse strategieën om je bedrijf te laten renderen. Je kunt kiezen voor bijvoorbeeld kostprijsleiderschap of een toegevoegde waarde strategie. Juist in landen waar de kosten hoog zijn is vaak het devies om je te richten op een toegevoegde waarde strategie. Denk daarbij aan het onderscheidend vermogen in product en verpakkingen bieden.

Door de hoge productiekosten in Nederland en het feit dat groenten en fruit “commodities” zijn, is een kostprijsleiderschap strategie voor Nederlandse tuinbouwondernemers echter de voor de hand liggende keuze. Als je dat niet doet dan weet je zeker dat je het niet gaat redden. En dat geldt eigenlijk voor alle spelers in de AGF-keten.

De ervaring leert dat het voor een ondernemer bijna onmogelijk is beide strategieën gezamenlijk in de finesses uit te voeren. Een stevig dilemma dus want op kostprijs alleen gaan we het niet van onze concurrenten winnen.

De oplossing ligt volgens mij in de keten. Alle ketenspelers zullen kostprijsgericht moeten werken om te overleven, maar om de klanten en vooral de consumenten voor zich te blijven winnen, is toegevoegde waarde noodzakelijk. Die ‘hybride-strategie’ zal door de keten gezamenlijk vormgegeven moeten worden. En hier komt dan de telersvereniging om de hoek kijken. Als centrale spil in de keten is de telersvereniging bij uitstek geschikt om deze rol op zich te nemen. Samen met de leden en de afnemers afspraken maken over hoe we kunnen invullen wat de markt van ons vraagt en over hoe wij de klant kunnen verleiden. Als wij dit met volle inzet blijven uitvoeren blijven we als tuinbouw concurrerend en interessant voor onze klanten. Dan blijft er een mooie toekomst voor de Nederlandse tuinbouw.

Langs deze weg wens ik iedereen een gezond, gelukkig en succesvol 2014. Laten we er een mooi jaar van maken!


Naar boven

De klok terugdraaien
reageer »

De klok heeft een belangrijke rol in ons leven. Iedere dag als de wekker afgaat zien we dat het weer zes uur is en we aan de slag moeten.

Of het “klokje van gehoorzaamheid” dat ons erop wijst dat we toch naar huis moeten terwijl het op een feestje nog erg gezellig is. De hele dag worden we geleefd door de klok. Het bepaalt voor velen onder ons het leefritme.

Ook in de groenten & fruit sector is de klok nog steeds van belang. De oudere telers onder ons zijn er mee grootgebracht en kijken er (soms) met weemoed op terug. Jongere telers daarentegen ervaren de klok als een relikwie uit een verleden dat niet meer terugkomt. De meningen over de klok als prijsinstrument zijn verdeeld.

Regelmatig laaien er weer twisten op tussen voor- en tegenstanders van de klok. Voornamelijk in de perioden dat de opbrengstprijzen erg goed of juist erg slecht zijn. En dat is prima want dan kunnen we op argumenten met elkaar de discussie aan gaan over het gebruik van dit prijsinstrument.

Mijn mening over nut en noodzaak van een klok als prijsinstrument is helder. Ik vind een klok zoals die op dit moment functioneert een obstakel in de markt. Buiten het feit dat een klok een nauwere samenwerking tussen klanten en telers in de weg staat (koper en teler blijven naamloos voor elkaar) is er nog een aantal andere bezwaren dat aan het instrument klok kleeft. Mijns inziens het belangrijkste bezwaar daarin is dat de organisaties die de klok gebruiken in de afzet van de grote glasgroenten zoals paprika of tomaat een zeer egocentrische visie hebben op de afzetmarkt. Als de markt positief is dan maak je ontegenzeggelijk met de klok de beste kans op de hoogste uitbetaalprijs maar als de markt overvol is dan is de klok een waardeloos instrument en zakt de prijs heel snel naar de bodem. Maar omdat de klok een openbaar prijsinstrument is wordt de gehele markt mee naar beneden gezogen. Dus als er voordeel is, is het voor de eigen aanvoerders en als er een nadeel is wordt het een probleem van de gehele markt gemaakt. De situatie in de tomaten van de afgelopen weken is daar een duidelijk bewijs van.

Het zou beter zijn om de qua afzetvolume toch al beperkte rol van de klok verder te beperken en zodanig veel kennis van de markt op te bouwen dat zonder een openbaar prijsinstrument de juiste productprijs bepaald wordt. We missen dan soms de pieken maar vermijden ook de soms onnodig diepe dalen.

Het is goed als afzetorganisaties die gebruik maken van een klok niet de schuld van de slechte prijzen bij anderen zoeken maar eens goed nadenken over de rol van hun prijsinstrument. Het zou hen sieren wat meer respect te hebben voor de keuzes van anderen. Iets met balken en splinters?!

Naar boven

MVO
reageer »

Over MVO heb ik al diverse malen geschreven in eerdere blogs. Ook deze keer wil het hebben over MVO. Maar deze keer niet over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen maar....

....over iets dat momenteel maatschappelijk nog veel relevanter is: Moreel Verantwoordelijk Ondernemen.

U bent waarschijnlijk, net als ik, de laatste jaren iedere keer weer verbijsterd over alle onthullingen van fraude of verwijtbaar handelen die we bijna dagelijks over ons heen krijgen. Als eerste ging het over excessieve bonussen in de top van het bedrijfsleven maar dat was nog maar kinderspel in vergelijking met wat daarna kwam:  het roekeloos handelen van banken met een diepe economische crisis als gevolg en de laatste jaren vooral de misstanden in het (semi) openbaar bestuur. Woningbouwcoöperaties die hun nut en noodzaak helemaal kwijt geraakt zijn, ambtenaren die grootschalige fraude onder de pet houden, ziekenhuizen en andere behandelaars die frauderen bij het declareren van behandelingen en nu weer energiemaatschappijen die grijze stroom als groen verkopen, Had iemand mij vijf jaar geleden dit voorgespiegeld dan had ik gevraagd of hij/zij niet teveel gesnoven had. Dit kon natuurlijk niet in een land als Nederland gebeuren. We waren toch geen corrupte bananenrepubliek.

Maar nu het allemaal aan het licht komt kunnen we niet anders concluderen dan dat er iets heel erg fout zit in het bestuur van dit land en wellicht wel in ons allemaal. Hoe kun je als verantwoordelijk bestuurder dit verdedigen? Wat is er mis met ons morele kompas? Er moeten toch binnen al deze organisaties mensen geweest zijn die gedacht hebben “Dit kan toch niet? Dit kunnen we toch niet maken? Hiervoor zijn wij niet in het leven geroepen.” Maar blijkbaar werkt het systeem zo dat dit soort geluiden niet boven komen drijven.

Overal om mij heen hoor ik steeds meer mensen die dit soort praktijken spuugzat zijn. Wij willen dit niet meer. We willen weer bedrijven en instanties die we kunnen vertrouwen, die werkelijk transparant zijn en zich bezighouden met de taak waarvoor ze opgericht zijn, dienstbaar en gestructureerd functioneren. Maar is het niet te laat? Zal niet eerst deze hele mestvaal opgeruimd moeten worden om dan weer met een schone lei te kunnen beginnen vanuit de lessen die we geleerd hebben? Ik hoop van niet want dan ben ik bang dat we eerst nog meer chaos krijgen. Laten we positief zijn en er vanuit gaan dat de politiek voldoende reinigend vermogen heeft.

Ook onze eigen sector is denk ik toe aan herijking van het moreel kompas. Je hoort tuinbouwondernemers klagen dat ze geen rechtvaardige prijs voor hun schoon en verantwoord geteelde producten krijgen. Dat ze net als iedereen een normale belegde boterham willen verdienen. Ik vind dit een terechte opmerking. Fair Trade is er niet alleen voor ontwikkelingslanden.

Maar dan moeten we als tuinbouwsector ook naar onszelf kijken en de spiegel voorhouden. Dan moeten we ook de maatschappij eerlijk behandelen. We leven en produceren in Nederland en dan moeten we ons houden aan de mores van ons land. Dan moeten we niet meer in het nieuws komen met uitgebuite buitenlandse aspergestekers, geen veroordelingen van de NMA krijgen en geen onduidelijkheid over het toepassen van subsidies meer accepteren. Hoewel dit vaak solitaire zaken zijn, schetsen ze als geheel het beeld van een sector die het niet zo nauw neemt met de regels. Dit is schadelijk voor ons imago en versterkt zeker niet de positie van de tuinbouw in Nederland.

Ik begeef mij natuurlijk op ontzettend glad ijs met deze blog. ‘Wat een moraalridder’ hoor ik u al denken. Daarom eindig ik met de woorden: Moreel Verantwoordelijk Ondernemen begint bij jezelf. Laten we beginnen!

Naar boven

Duur of Duurzaam?
reageer »

We leven in de tijd dat alles duurzaam en maatschappelijk verantwoord moet zijn.

Je kunt geen krant openslaan of een radio aanzetten of je wordt overspoeld door de “duurzaamheidsdoctrine”. Ik krijg er spontaan antiperistaltische bewegingen van.

Ik ben benieuwd naar hoe we over 100 jaar terugkijken op deze tijd. Hebben we de aarde echt gered of werden we meegenomen in een dwaasheid die ons,  geleid door “groene profeten”, onze huidige leefwijze in de afgrond hebben doen storten? Over een aantal decennia weten we het.

Groen en duurzaam is een religie, een geloof geworden waarbij argumenten niet meer tellen. De mens is schuldig en zal boeten. Het lijkt wel of deze ontwikkeling rechtevenredig verloopt met de huidige ontkerking van vooral de Westerse wereld.

Nu ben ik helemaal niet tegen duurzaam. Ook ik vind dat wij onze aarde in goede staat moeten achterlaten voor de generaties die na ons komen. We hebben per slot van rekening maar één Aarde. Maar het thema duurzaam is op dit moment gekaapt door fanatieke milieuactivisten, onwetende politici en steeds meer, de grote multinationals. Deze laatste omarmen het duurzaam ideaal omdat het hen financieel gewin oplevert. Zo koketteert Coca Cola op dit moment met de ijsbeer. Die zou uitsterven en door Coca Cola te drinken doen wij daar wat aan. Terwijl wetenschappelijk onderzoek door biologen juist heeft aangetoond dat de populatie ijsberen op het Noordelijk Halfrond de laatste twintig jaar gestegen is. Geloof en werkelijkheid. De gewone consument is onwetend en wordt ook zo gehouden. Ondertussen wordt zijn portemonnee door overheid en commercie leeggeroofd.

Zoals eerder gezegd ben ook ik voor duurzaam. Hoe ziet mijn duurzaamheid er dan uit? Heel simpel, wij moeten terug naar onze oude Nederlandse volksaard: zuinig zijn. Duurzaam is voor mij vooral het zuinig zijn met grondstoffen, met energie, met voedsel, met eigenlijk alles wat wij verbruiken. Het is absoluut mogelijk om ons dagelijks verbruik van grondstoffen te halveren zonder dat dit een impact heeft op ons dagelijks leven. Door zuinig te zijn kunnen we veel langer doen met onze huidige voorraden op deze aarde. En zo hebben we veel meer respijt om (daar komt -ie!) echte duurzame oplossingen te vinden voor het probleem van het opraken van onze natuurlijke hulpbronnen. Niet zoals nu door het bouwen van kapitaal- en grondstofverslindende windmolens die nooit rendabel worden maar echte oplossingen.

Het voorbeeld dat duurzaam en zuinigheid hand in hand kunnen gaan en tot werkelijke resultaten kunnen leiden is de tuinbouwsector. Als geen andere sector is het verbruik van energie per kg product zozeer gedaald als in de tuinbouw. De tuinbouw is waarschijnlijk de enige sector in ons land die aan de voor 2020 geldende doelstellingen voor verlaging van energieverbruik kan gaan voldoen. De kassen zijn gesloten productie-eenheden geworden waarbij zo goed als alles gerecycled wordt. Overal wordt biologische bestrijding ingezet. Hoewel we vooral door economische overwegingen gedwongen werden tot zuinigheid hebben we wel veel bereikt. En daar mogen we trots op zijn. Dit moeten we ook veel meer naar de markt en maatschappij uitdragen. Geen schijndoelen zoals “zielige” ijsberen maar echte resultaten die waardevol zijn voor de mensheid.

Wij zijn goed bezig als tuinbouw. Laten we daar trots op zijn!

Naar boven

Nieuwe ronde, nieuwe kansen
reageer »

Laat ik mijn eerste blog van 2013 maar eens beginnen met iedereen een heel mooi, gezond en succesvol 2013 toe te wensen.

Het jaar 2012 hebben we achter ons gelaten en we staan weer voor een heel nieuw en maagdelijk jaar. Een jaar met volop mogelijkheden. Zoals ze bij ons op de kermis altijd riepen: Nieuwe ronde, nieuwe kansen!

Het is momenteel weer de tijd van toekomstprofeten. Ondanks dat we weten dat het onzin is (kijkt iemand ooit nog eens terug op al die voorspellingen trouwens?) willen we onderbewust toch graag weten wat er ons te wachten staat. Is het goed of komen er teleurstellingen aan? Als mens anno 2013 kunnen we slecht leven met onzekerheden en daarom maken we ons in toenemende mate zorgen over onze “toekomst’. We willen “het weten” zodat we er iets aan kunnen doen. Wilt u voorbeelden? Verzekeringen; we verzekeren ons leven maximaal tegen van alles en nog wat. Nog een voorbeeld: we willen onze aarde beschermen als nalatenschap voor onze kinderen en voeren daarom een “klimaatbeleid”. En onze gezondheidszorg breidt ongebreideld uit omdat we allemaal wensen dat, als wij zelf ziek worden, er een behandeling is voor onze kwaal.

En dan komt die onvermijdelijke crisis eraan. Dan blijkt dat al die goudgerande verzekeringen niet zoveel waard te zijn. Dan blijkt dat de aarde helemaal niet opwarmt en zich zeker niet iets aantrekt van onze armzalige pogingen tot klimaatbeleid en dan blijken er toch (financiële) grenzen te zitten aan onze gezondheidszorg.

Die vermaledijde economische crisis. Die zet ons gelukkig weer met beide beentjes op de vloer. Net op tijd. We begonnen al in onze eigen sprookjeswereld te geloven. Tot het weer een aantal jaren goed gaat, dan kunnen we ons weer sprookjes veroorloven. Maar dan moeten we wel uit deze crisis zien te komen anders stopt de sprookjescyclus. Er is dus werk aan de winkel hoewel het geen gemakkelijke opgave zal worden.

Heel veel sectoren van onze economie lijden momenteel onder de bezuinigingsdrift van de consument die de bezuinigingen van de overheid vooral vertaalt ziet in lastenverzwaringen voor zichzelf. Diezelfde consument weet dat hij of zij ook de komende jaren de klos is. Het beeld van krimpende uitgaven door consumenten zien we in heel Europa. Overheden leggen overal een steeds groter beslag op het BNP en de consument delft steeds meer het onderspit. Dit beleid is zeer ongunstig voor onze (Europese) economie, alle bedrijfstakken merken op dit moment dat de consument de hand op de knip houdt en voorlopig ook zal houden.

Wat gaat dat nu betekenen voor onze groenten- en fruitsector? Zullen de bestedingen voor gezonde producten als groenten en fruit evenredig meezakken of blijven deze, juist nu men gezond en sterk moet blijven in tijden van crisis, buiten schot of groeien ze juist?  Zal de margedruk in onze keten nog meer toenemen door de concurrentiestrijd tussen de supermarkten of zullen wij, door een beter evenwicht tussen de vraag en aanbod, in staat zijn de druk van supermarkten te weerstaan? Allemaal vragen waar wij het antwoord nog niet op  weten maar waar de komende jaren wel duidelijkheid over komt. Ook hier dus zorgen maar tegelijkertijd weinig invloed. 

Wat kunnen we wel doen? Naar mijn mening moeten we ons vooral richten op zaken waar we directe invloed op hebben en die belangrijk zijn voor onze sector. Die zijn er genoeg. Ik zal er eens een paar noemen:

- Het opzetten van een sterke brancheorganisatie. Nu het PT verdwijnt, wij geen ministerie van landbouw meer hebben en er ook geen minister of staatssecretaris is die affiniteit met de sector heeft en, als laatste, er steeds meer zaken in Brussel besloten worden, is het opzetten van een breed gedragen en ijzersterke brancheorganisatie van levensbelang. Niet alleen blij zijn met het besparen van de PT-heffing maar ook opnieuw durven investeren in belangenbehartiging en lobby.

- Het versneld streven naar een aantal sterke ketenpartijen die de afzet van onze producten regelen. Ondanks onze fusie als Van Nature, is 2012 het jaar van verdere versnippering geworden. Een heilloze weg. Het probleem van een sterke krimp van het aantal afnemers kun je alleen oplossen door het eveneens verminderen van het aantal aanbieders.

- Herstellen van het contact met de consument. Door het ontstaan van supermarkten en het feit dat er steeds meer mensen in stedelijke omgevingen zijn gaan wonen is het contact tussen producent en consument verloren gegaan. Dit versterkt de machtpositie van de supermarkt en beperkt onze mogelijkheden wanneer wij als sector met de consument willen communiceren (denk aan de EHEC crisis). Dit contact moeten wij herstellen. Hier ligt een taak voor iedereen in de keten, van producent tot sectororganisaties. Daarbij helpt het natuurlijk niet dat onlangs besloten is dat een belangrijk initiatief als het GroentenFruitBureau per 1 april ter ziele gaat.

Ik heb hier zomaar drie voorbeelden genoemd, zo zijn er vast nog veel meer. Maar bovenal vragen onze problemen om een sector die bereid is tot samenwerking, die bereid is tot compromissen en die een gezamenlijke visie heeft. Laten we daar nu eens mee beginnen. Dan wordt 2013 een mooi en succesvol jaar. Dat voorspel ik u!

Naar boven

In eigen voet schieten
reageer »

Het is de laatste tijd gebruikelijk om je kritisch uit te laten over GMO subsidies.

Nu zal ik de laatste zijn die geen kritische kanttekeningen kan plaatsen bij deze “marktordeningsubsidie”. Maar degenen die deze kritiek spuien zien denk ik een essentieel onderdeel van de GMO over het hoofd. GMO heeft als belangrijke kernwaarden het gezamenlijk verkopen door telers en het verbeteren van afzet, kwaliteit en milieu. GMO eist van telers dat zij hun verkoop bundelen via telersverenigingen. Om op die manier tegenwicht te kunnen bieden aan de steeds toenemende inkoopmacht van de retail.

Ook de critici van de GMO-regeling onderschrijven het belang van bundeling van telers. Breed wordt het idee gedragen van het streven naar een beperkt aantal sterke afzetketens die ons product vermarkten. Het wordt als de manier gezien om tegenwicht te kunnen bieden aan de inkoopmacht van supermarkten.

Ook onze eigen overheid verkondigt al jaren dat telers meer moeten bundelen en gezamenlijk kracht moeten ontwikkelen in een steeds meer mondiale afzetmarkt. Daarom is het juist uitermate merkwaardig dat dezelfde overheid de toepassing van de GMO regels op dit moment op zodanige wijze uitlegt en (vaak achteraf) aanpast dat verschillende telersverenigingen en telers twijfelen of doorgaan met GMO nog wel zin heeft. Of de risico’s op terugbetalingen en boetes niet veel te groot gaan worden. En daarmee schiet de overheid zichzelf in de voet want dit staat haaks op het tot nu toe gepropageerde beleid.

Als we de actuele situatie goed beschouwen zien we op dit moment het tegenovergestelde van bundeling ontstaan. Steeds meer telersverenigingen vragen zich af hoe het nu verder moet met GMO. Is doorgaan wel verantwoord? Daarnaast willen steeds meer telers de beslissingsmacht, waar hun product naar toe gaat en voor hoeveel, niet meer uit handen geven. Banken stellen dat telers weer de regie over hun eigen product moeten krijgen en telers interpreteren dat heel letterlijk en willen daarom in toenemende mate zelf de verkoop ter hand gaan nemen. Het is echter duidelijk dat GMO hiervoor geen ruimte biedt.

De ontwikkeling van telers die zelf de regie over de verkoop willen wordt natuurlijk gevoed door jaren van belabberde prijsvorming en het algemene gevoel van onvrede over de verdeling van de marges in de keten. Maar dit kan niet anders dan uitmonden in een nog meer gefragmenteerde keten dan we nu al hebben waarvan de verliezer op voorhand al duidelijk is. Bij tientallen of zelfs honderden telers die zelf hun product aan de man willen brengen zal de winnaar onherroepelijk de inkopende partij zijn. En dat om de simpele reden dat hun product bijzonder weinig onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van de buurman die hetzelfde product wil verkopen, Dit kan niet anders dan uitlopen op een catastrofe. Als de huidige telersverenigingen al te klein worden geacht in het grote spel dat gespeeld wordt, hoe verhoudt een individuele teler zich dan tot een grote supermarktorganisatie?

Als Van Nature merken wij ook onder telers de ontevredenheid over de huidige situatie. Daarom koppelen wij onze telers in toenemende mate steeds meer aan klanten of afzetmarkten. Telers willen namelijk meer betrokken worden bij de markt waaraan ze leveren en ze willen meer weten over de dagelijkse marktsituatie. Als telersvereniging blijven wij de regie voeren en streven we gezamenlijk onze doelen na. De coöperatie anno 2012 is niet meer dezelfde als de coöperatie van vijfentwintig jaar geleden. Maar het is nog steeds een coöperatie waarin onder centrale regie de verkoop van producten ter hand genomen wordt en gezamenlijk de uitdagingen van de toekomst aangegaan worden. Onze koers is wat dat betreft glashelder.

Het is aan de Nederlandse groenteteler om de keuze te maken. Individueel of gezamenlijk. Ik wens hen veel wijsheid toe.

Naar boven

0 punten
reageer »

Er waart een dodelijke sluipmoordenaar rond op onze aardbol. Een moordenaar in ons midden die, als we niets doen, steeds meer slachtoffers zal gaan maken.

Sluipend, onbewust maar zeer efficiënt. We zien hem dagelijks om ons heen maar we zijn ons er niet van bewust.

Een onheilspellend begin van mijn blog, nietwaar? Nu zult u wel denken: ‘Waar heeft die Van Luijk het nu weer over. Ik zal het u zeggen: ik heb het over Obesitas, de dodelijke ziekte die de mensheid steeds meer in zijn greep krijgt en waaraan we blijkbaar niet kunnen ontsnappen. Obesitas is een “ziekte” waarbij de patiënt lijdt aan ernstig tot zeer ernstig overgewicht waarbij de bedreiging voor de gezondheid vooral komt vanuit een grote kans op hart- en vaatziekten, suikerziekte en hoge bloeddruk.

Als je de cijfers van de WHO en andere gezondheidsinstanties ziet dan kan het niet anders dan dat de schrik je om het hart slaat. Luister en huiver: De wereld wordt overspoeld door een “tsunami” aan Obesitas, bijna een miljard mensen is veel te dik en ze wonen vooral in de Engelstalige landen en Europa. Maar ook in de zgn. Derde Wereld komt het steeds meer voor (The Lancet). Twee derde (!) van de volwassen Amerikanen en één derde van de Amerikaanse kinderen heeft last van overgewicht of Obesitas (US Institute of Medicine). Ook in Nederland zijn er al een half miljoen kinderen met overgewicht.

De oorzaak: we eten teveel en te vet en we bewegen te weinig. De moderne mens heeft voedsel altijd binnen handbereik en ons werk is steeds meer verbannen naar kantoren of is verregaand geautomatiseerd. Ook thuis nemen de huishoudelijke apparaten ons het werk uit handen. Daarmee vertel ik u niets nieuws, dit weten we eigenlijk allemaal al jaren. Maar toch weten we deze ontwikkeling tot nu toe niet te stoppen.

Zelf ben ik ook niet aan de magere kant. Na jarenlange, forse, fysieke inspanning in mijn, nu “old school” tuinbouwbedrijf, ben ik ook achter het bureau gekropen. Het zijn lange dagen en vaak ontbreekt het mij daarbuiten dan aan de fut om eens “lekker te gaan bewegen”. En dat heeft door de jaren heen tot mijn huidige “atletische” figuur geleid. Dat dit zo niet goed ging daar was ik mij wel van bewust, maar er wat aan doen dat viel ook mij niet mee.

Een paar maanden geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik lid geworden van de Weight Watchers. Wekelijks ga ik met al mijn lotgenoten naar de club om gewikt en gewogen te worden. En dat valt niet altijd mee. Soms is er een kilo af en dan weer bijna niets of, nog erger, ben ik weer gegroeid. Het is een hele strijd moet ik zeggen.

Nu is de methode van de WW gebaseerd op het tellen van voedingspunten van alles wat je die dag naar binnenwerkt. Ieder voedingmiddel heeft zijn eigen aantal punten. Als lid van de WW krijg je een bepaald aantal punten toegewezen en dagelijks mag je niet meer punten gebruiken dan je eigen dagquotum. Een hele uitzoek maar er zijn handige hulpmiddeltjes. Nu is er één ding waar ik bij dit punten tellen wel erg blij van wordt. Alle verse groenten en fruit zijn nul punten (0, nada, niks). Omdat het niet meevalt binnen je punten te blijven moet je gewoon veel fruit en groenten eten. En daar word ik als “groenteman”  wel weer blij van.

De verkiezingen komen eraan. Dus daarom aan alle politieke partijen: Iedere inwoner van Nederland die een BMI heeft van boven de 25 moet aan de puntentelling! Verplicht en gewoon vergoedt vanuit de zorgverzekeraars. Dit is volgens mij eenbelangrijk instrument om in de toekomst de steeds verder uitdijende ziektekosten in bedwang te krijgen. Onze gezondheid wordt er veel beter van (en wij als groentesector verdienen dan ook weer eens een belegde boterham).

En denk niet dat het wel een beetje erg ver gaat om mensen dit te verplichten. In een land waar je op terrassen als gast niet staande je biertje mag drinken, in een land waar je op lege tienbaanswegen maar honderd kilometer per uur mag, in een land waar duizenden bijzondere opsporingsambtenaren zijn aangesteld om de burger nauwlettend in de gaten te houden, in zo’n land zijn dit soort maatregelen heel gewoon en bovendien: hier wordt iedereen beter van!. Dus politiek, neem mijn voorstel over en maak ons land beter en vooral gezond!

Naar boven

Sector in verwarring?!
reageer »

Ik was vorige week aan het nadenken over een onderwerp voor mijn nieuwe weblog. Soms valt dat niet mee en ontbreekt mij simpelweg de inspiratie. Dan word je zo in beslag genomen....

...door alle dagelijkse beslommeringen dat je niet je hoofd even vrij kan maken om na te denken over wat er in de sector speelt.

Op dat moment bereikte mij het nieuws dat een collega directeur van een andere afzetorganisatie het desbetreffende bedrijf gaat verlaten. Nu weet je nooit wat daar precies de achtergrond van is en het is normaal dat mensen of bedrijven van tijd tot tijd op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen of nieuw elan. Maar het is in onze sector de laatste tijd wel heel vaak raak met managers en directeuren die het veld moeten ruimen. Ze worden “opgevreten” en uitgespuwd alsof het niks is. Een rare gang van zaken eigenlijk die stof tot nadenken geeft.

In ieder geval zijn het signalen dat onze sector nog steeds in verwarring is. Welke kant moeten we op? Het lijkt wel of niemand het antwoord kan geven. Ingezette strategieën worden even snel losgelaten als dat ze ingezet zijn en het opportunisme viert hoogtij. En in het spoor van al die koerswisselingen komen dan weer nieuwe directies die mogen proberen de kritische achterban het naar de zin te maken. Naar mijn mening een heilloze weg.

Ik werk zelf al een tijd in een keten die, na de fusie met een andere gelijkwaardige keten, Van Nature is gaan heten. Dat is geen verdienste van mijzelf maar van de mensen die met ons samen onze keten vormen. Al jaren zijn wij heel duidelijk in ons afzetmodel en blijven we met kleine koersaanpassingen goed op ons doel gericht: het beste rendement voor onze telers. Iedere dag doen wat nodig is om dit doel te bereiken. Daar is waar het om draait.

Wat we niet doen is met alle winden meewaaien en iedereen naar de mond praten om ze tevreden te houden. Ons ketenmodel is zeer belangrijk en biedt houvast aan iedereen die samenwerkt in onze keten. Je weet wat er van je verwacht wordt en wat je terugkrijgt als je in de Van Nature keten zit. Het is zo helder als glas en gestoeld op vertrouwen en kunde.

De dit jaar ingezette fusie is succesvol geïmplementeerd en de organisatie loopt als een trein. Natuurlijk moeten de beide bloedgroepen nog samengesmeed worden tot een nieuwe Van Nature bloedgroep maar dat gaat sneller dan ik gehoopt had. Onze blik is nu gericht op groei van ons ledenbestand. Onze visie om één van de paar overblijvende afzetketens te zijn vereist dat wij groeien. Daar gaan we ons de komende tijd op richten. Iedere teler die onze afzetvisie en structuur ziet zitten is daarom van harte welkom.

Zoals u kunt lezen ben ik nog lang niet uitgekeken op de Van Nature keten en hopelijk zij ook niet op mij. Het is een fantastische club mensen om mee te werken en ik heb veel vertrouwen in de toekomst van Van Nature. Ook al is de sector in verwarring, onze visie en werkwijze hebben we helder voor ogen.

Naar boven

Over je schaduw heen springen
reageer »

Je kon geen televisie of radio aanzetten of je hoorde politici opgetogen praten over dat ze “over hun schaduw heen waren gesprongen” en daarmee hadden ze ons land van de afgrond gered.

Hoewel dat laatste nog moet blijken is het een gezegde dat je niet vaak meer hoort tegenwoordig: over je schaduw heen springen. Wat betekent dat eigenlijk over je schaduw heen springen? ‘Onze Eigen Taal’ schrijft: Als je over je eigen schaduw heen springt, heb je een beslissing genomen waarbij je je niet liet leiden door eigenbelang, maar door een hoger belang. Over je eigen schaduw heen springen is iets dat in werkelijkheid niet mogelijk is. Wie dat in figuurlijke zin toch doet, doet dus iets dat onmogelijk geacht wordt, en dus heel bijzonder is.

Conclusie: Als je je als politicus laat leiden door het hogere, in dit geval het landsbelang in plaats van het eigenbelang, doe je iets dat heel bijzonder is. En ik maar denken dat politici er altijd zaten voor ons belang.

Het waren ook bijzondere omstandigheden die onze politici ertoe brachten om de koppen bij elkaar te steken, de onderlinge verschillen te laten voor wat ze waren, maar vooral te zoeken naar een gezamenlijk belang. En uiteindelijk dat te doen waarvoor wij ze in de Tweede Kamer gekozen hebben.

Nu heb ik in eerdere blogs al meerdere malen parallellen getrokken tussen de politieke en economische situatie in ons land en de specifieke problemen waar wij als tuinbouwsector mee worstelen. Ook nu valt weer zo’n parallel te trekken.
Net zoals onze economie zich in een crisis bevindt, bevindt onze sector zich ook in een crisis. Een afzetcrisis. Een crisis waarbij al sinds een lange tijd onze producten te weinig opbrengen, de klanten steeds groter en machtiger worden en wij juist steeds meer versnipperd raken en waarin de buitenlandse concurrentie steeds groter wordt.

Om deze crisis het hoofd te kunnen bieden moeten we daarom “historische” stappen gaan zetten. Als sector moeten we over onze schaduw heen stappen. Het algemeen belang moet prevaleren boven het eigen belang. Prevaleren boven het belang van afzetorganisaties, boven dat van bestuurders en boven dat van banken. Net als in de begrotingsbesprekingen zal de uitkomst waarschijnlijk niet voor iedereen even plezierig zijn. Maar als we niet snel tot concrete stappen komen is het te laat en is de vitaliteit totaal verdwenen uit de sector. Dan is iedereen zover achteruit geboerd dat niemand meer een toekomst heeft.

Als fusievereniging Van Nature hebben we bewezen dat het ook in deze sector mogelijk is om over je eigen schaduw heen te springen. Belangen zijn opzij geschoven en de toekomst van onze leden is voorop gesteld. Als gezamenlijke verenigingen zijn we nog beter in staat om het product van onze leden via vier sterke handelsbedrijven wereldwijd te vermarkten. Hoewel dit nog maar een kleine stap is die de sector echt niet structureel gaat veranderen hebben we wel bewezen dat het mogelijk is. En dat verdere stappen daarmee ook mogelijk zijn. Wij zijn er klaar voor.

Bedenk, dat als bij veel bedrijven straks het licht uit gaat, er helemaal geen schaduw meer is om over heen te springen. Ik wens iedereen heel veel moed en wijsheid toe.

Naar boven

Simply the best
reageer »

Rijdend in mijn auto overdacht ik ons Van Nature fusietraject. Op dat moment klonk Tina Turner uit de speakers. Simply the Best zong ze.

En dat gaf precies aan wat er door mijn hoofd ging. We hadden net te horen gekregen van de NMa dat we als fusieverenigingen niet vergunningsplichtig waren inzake de mededingingswet. We konden dus eindelijk verder. Het hele traject met de NMa zou kostbaar en tijdrovend geweest zijn. Hoewel niemand dacht dat er bezwaren tegen deze fusie konden zijn blijft het altijd spannend totdat je de definitieve goedkeuring krijgt.

De mededingingswet is pas een tiental jaren oud en tegen het doel van de wet kan niemand zijn. Voor ieder bedrijf of burger is het ergerlijk als je denkt dat er prijsafspraken gemaakt worden. Een gezonde concurrentie is noodzakelijk voor een weerbaar bedrijfsleven. Een prima zaak dus die mededingingswet. Wat minder fijn is, is dat deze wet en hoe hij toegepast wordt een voorbeeld is van de verregaande juridisering van onze maatschappij. Zo is de organisatie die mede verantwoordelijk is voor de controle op de naleving van de mededingingswet, de NMa, in korte tijd uitgegroeid van een kleine organisatie tot een moloch van een toezichthouder met een kantoorflat vol juristen. En als fuserende partij ben je daardoor verplicht om minimaal net zoveel gewicht aan juridische kennis in te brengen. Rechtenstudenten hoeven dus voorlopig niet bang te zijn dat er straks geen emplooi voor ze is.

We maken het tegenwoordig allemaal ontzettend ingewikkeld. Zo ingewikkeld dat we als burger maar ook als bedrijfsleven het niet meer kunnen bevatten en dat je daardoor steeds meer  overgeleverd wordt aan (duurbetaalde) specialisten en adviseurs. Ondertussen worden er door de overheid steeds meer toezichthouders in het leven geroepen die heel specialistisch bepaalde onderdelen van de maatschappij in de gaten gaan houden. Maar wie controleert eigenlijk weer de toezichthouders? Dat is natuurlijk de politiek. Maar we zien dagelijks dat ook de dames en heren uit de Tweede Kamer het soms ook niet meer overzien en steeds meer vervallen in blabla en fraaie one-liners die ons daarmee een beeld proberen te scheppen dat alles onder controle is. En als er iets is wat de crisis van de afgelopen jaren ons duidelijk gemaakt heeft is dat juist niet alles onder controle is.

Ondanks de duurbetaalde en fors uit de kluiten gewassen toezichthouders zoals de DNB, AFM en NMa worden we bijna wekelijks getrakteerd op banken die in problemen komen, excessen in de hypotheekmarkt en bestuurders van woningcorporaties die denken dat ze financiële genieën zijn. Met grote gevolgen voor ons allen en toezichthouders die opnieuw opzichtig gefaald hebben. Onze maatschappij is zo complex geworden dat bijna niemand het meer kan begrijpen. Eenvoudige zaken worden door juristen en ambtenaren steevast zo moeilijk gemaakt dat we als burger de moed maar opgeven. Je zou bijna denken dat er moedwil in het spel is.

Daarom wil ik pleiten voor veel meer eenvoud in onze samenleving. Eenvoudige en heldere regels die iedereen kan begrijpen en die eenvoudig te controleren zijn. Goede oplossingen zijn vaak briljant van eenvoud. Geen complexe financiële producten waar alleen de aanbieder van beter wordt maar gewoon een hypotheek met lineaire aflossing. Geen zes overheidsinstanties die allemaal je bedrijf komen inspecteren maar één bevoegde instantie. En zo kunnen we allemaal ons wensenlijstje invullen.

Wat is er eigenlijk mis met eenvoud en simpel? Simpel heeft vaak een negatieve klank maar ik ben gek op simpel. Ook binnen Van Nature streven wij altijd naar simpele en heldere oplossingen en afspraken. Ze zijn het makkelijkste uit te leggen en doen vaak het beste recht aan onze gezamenlijke belangen.ten we eenvoud weer in ere herstellen. Simpel is the Best!

Naar boven

Dagboek van twee (spannende) dagen
reageer »

Het is donderdagmorgen. Na een wat onrustige nacht ("Wat lag je te woelen?") gaan we aan een spannende dag beginnen. Zou het nu toch gaan lukken?

De fusiegesprekken met BGB zijn heel positief verlopen maar toch heeft het veel van mijn energie gevreten. Het is goed dat onze leden zich vanavond gaan uitspreken over de fusie. Kunnen we verder als vereniging.
Ik merk bij mijzelf maar ook bij onze medewerkers dat de spanning gaat toenemen. Wat gaat er veranderen, wat betekent dit voor onze vereniging en voor mijzelf? Maar vooral van: “Laten we maar beginnen, de handen uit de mouwen.” Gewoon doen wat we altijd doen bij nieuwe uitdagingen. “Niet lullen maar poetsen”.

Op de zaak aangekomen is iedereen bezig met zijn of haar werk. De laatste hand wordt gelegd aan de presentatie en we nemen deze samen met collega Hans nog een keer door. Het is ontzettend veel informatie maar we willen onze telers zo goed mogelijk informeren. Altijd een moeilijke afweging. Tussen alles vertellen en wil iedereen dit allemaal wel horen. Het blijft uiteindelijk altijd een kwestie van vertrouwen. Tot nu toe hebben onze leden veel vertrouwen getoond in het bestuur en directie en dat willen we wel zo houden.

We gaan ook afscheid nemen van enkele mensen waaronder de voorzitter dus er worden bloemen binnen gebracht. Prachtige boeketten, maar dat hebben ze wel verdiend. Wat zal ik de zaal vertellen om deze mensen te bedanken voor wat ze allemaal voor Versdirect gedaan hebben? Ik improviseer gewoon wat. Het moet uit je hart komen denk ik.

Ik zit vandaag met diverse medewerkers om de tafel over wat er moet gebeuren na vanavond. We gaan als Versdirect.nl van het positieve uit en we hebben daarom al veel voorbereid. Iedereen is gelukkig positief over de fusie en er worden niet zo zeer problemen opgesomd maar juist mogelijke oplossingen. “Kijk, dat zie ik graag”.

Ik bel  met onze scheidend voorzitter, we nemen de vergadering nog even door en mijmeren wat na over wat er al die jaren bij Versdirect.nl gebeurd is. Mooie, maar soms ook spannende jaren. Het is goed dat wij deze fusie ingaan. Het is belangrijk voor onze leden en goed voor onze sector. De nieuwe vereniging blijft een speler voor de toekomst en wellicht hebben we het model gevonden voor een verdere samenwerking met andere gelijkdenkende partijen. Maar eerst dit goed op de rails zetten.

Het is bijna vijf uur, snel naar huis om wat te eten en om te kleden. Ik verlaat het Versdirect-kantoor en kijk naar de Versdirect-vlag. Als het goed is kom ik morgen terug in het van Nature kantoor.


Vrijdagmorgen vroeg
. Wederom een korte nacht maar nu omdat we er laat ingegaan zijn.

Wat een fantastisch resultaat! Onderweg naar de zaak al veel collega’s uit de sector aan de lijn. Goed nieuws reist blijkbaar snel. Vooral het grote aantal 'vóórstemmers' is een enorme opsteker. Van beide verenigingen is bijna 100% akkoord gegaan met het bestuursvoorstel tot de fusie.
Op de zaak is iedereen vrolijk en in de ban van het behaalde resultaat. Ik laat dat ook maar even zo. Er staan ons nog veel werk en uitdagingen te wachten. Maar dat komt maandag wel. Eerst nog maar even genieten van het resultaat. In een sector waar samenwerkingsgesprekken per definitie op een teleurstelling uitlopen is het een prestatie van de bovenste plank.

“Waarom lukt het nu wel daar waar wij in andere gesprekken nooit tot een resultaat konden komen?” vraag ik me af. Naar mijn mening is hier een aantal factoren van belang geweest: Zo was de druk vanuit de leden erg groot en het bestuur heeft deze boodschap goed begrepen. Er is gekozen voor een pragmatische aanpak waarbij er niet teveel “deskundige” hulp van buitenaf is ingeroepen. Het onderlinge vertrouwen was vanaf het begin groot en bovenal hebben we gewoon een ijzersterk verhaal waar geen speld tussen te krijgen is.

Als Van Nature zijn we straks een sterke club, met voldoende omvang, een al jarenlang bewezen formule, een samenwerking met vier sterke handelsbedrijven en gemotiveerde leden.
Een solide basis voor een verdere uitbouw in de toekomst. Want voor een verdere herstructurering van de afzet in de sector zijn nog wel meer stappen noodzakelijk.

Ik ga zo naar huis. Lekker met mijn vrouw en kinderen wat eten. Dat hebben ze wel verdiend. Zij hebben mij toch wel een beetje gemist de laatste weken. Vaak was ik er niet en als ik er wel was dan toch weer niet echt. Maar het resultaat mag er zijn.

Naar boven

Worden we weer solvabel?
reageer »

Een belangrijke conclusie uit het STAP actieplan was het feit dat er meer dan voldoende tomaten, paprika’s en komkommers in Europa geteeld worden. Een verdere groei is niet wenselijk.

Een belangrijke conclusie uit het STAP actieplan was het feit dat er meer dan voldoende tomaten, paprika’s en komkommers in Europa geteeld worden. Een verdere groei is niet wenselijk.
Er was dan ook flink wat beroering toen een bestuurslid van STAP enkele weken later al aankondigt zijn bedrijf met 30 en wellicht met nog eens 20 ha te gaan uitbreiden.
Persoonlijke en algemene belangen gaan blijkbaar moeilijk samen. Het staat iedere ondernemer natuurlijk vrij om zijn bedrijf te runnen zoals hij denkt dat het beste is. Maar dat wringt natuurlijk wel als je in zo’n initiatief als STAP gaat zitten. De STAP groep had de pretentie om de tuinbouw de weg uit deze crisis te wijzen. Het signaal wat hier afgegeven wordt is in ieder geval duidelijk.

Om nu eens zonder allerlei emoties naar de ontwikkeling van de snel groeiende mega-bedrijven te kijken is het noodzakelijk wat meer achtergrond van deze bedrijven te weten. En dat is niet eenvoudig. Maar de Kamer van Koophandel levert in ieder geval een flink stuk financiële achtergrondinformatie. Kijkend in de KvK stukken zie je dat er grote verschillen zitten tussen de verschillende bedrijven. Er zijn bedrijven die ondanks de snelle groei er goed voor staan met ruim voldoende eigen vermogen en een goed rendement. Maar er zijn er ook waar het een stuk minder gaat. De door de banken gehanteerde solvabiliteitseisen worden in ieder geval op zijn zachts gezegd flexibel toegepast.

Wat mij zo bekruipt als ik door de stukken heen blader is dat er grote parallellen te trekken zijn tussen de bankencrisis / PIGS landencrisis van dit moment en de crisis waar de tuinbouw zich nu in bevindt. Er was jarenlang teveel en te goedkoop geld beschikbaar waardoor de hele zaak als een ballon is opgeblazen en waar nu alle lucht dreigt uit te lopen. Net als private equity bedrijven werd er met veel vreemd kapitaal gefinancierd en daarmee werden in goede jaren mooie rendementen op het (bescheiden) eigen vermogen behaald. Tot er een aantal slechte jaren kwam en er veel te weinig buffer in het vermogen bleek te zitten.
De remedie tot nu toe (en dat is ook een parallel) is om met pappen en nathouden en dus extra krediet de zaak vooruit te schuiven. Maar een echte oplossing is het niet.

Al jaren zijn de rendementen van onze teelten te laag. Het waren de waardestijging van de grond, de geboden off-balanced financieringsmogelijkheden en de mooie rendementen van de eerste WKK’s die voor het rendement en financieringsruimte zorgden. De teelt waren we blijkbaar even vergeten, werd een bijzaak. En nu alles inzakt blijkt dat de teelt de zaak niet drijvende kan houden. De richting van nu, waarin nog meer geld de sector wordt ingepompt om daarmee de grotere telers nog groter te laten worden is desastreus. Er is geen nieuwe markt voor deze producten en dus gaan de prijzen nog verder dalen. Voor de grote en de kleine teler.

Het vele en goedkope geld is als vergif voor onze sector gebleken. Het blijven toedienen van dit gif gaat ons niet helpen. Wie neemt zijn verantwoordelijkheid? Is dit de bank of de teler?
Laten we hopen dat ze allebei verstandig worden en tot inkeer komen. En nu we toch parallellen trekken: Griekenland krijgt een “haircut” van 50% op haar staatsschuld. Als de banken dat in de tuinbouw nu ook doen dan is menig teler voorlopig uit de zorgen. Maar dat zal ik wel weer te simpel zien.

Naar boven

Stappen
reageer »

Iedereen heeft de afgelopen weken kennis kunnen nemen van de toekomstvisie van stichting STAP.

Op uitgebreide schaal heeft STAP de telers en stakeholders van de tuinbouwketen geïnformeerd over hun bevindingen. Een goed gekozen naam dat STAP. Het staat als afkorting natuurlijk ergens voor maar als woord is het afgeleid van stappen en dat impliceert een voorwaartse beweging en dat is juist wat wij nodig hebben. Stappen voorwaarts op weg naar een gezonde tuinbouwsector.

Op zich zijn de conclusies van STAP niet veel anders dan die van vele voorgangers die ook de sector onderzocht hebben en die tot bijna identieke conclusies gekomen zijn (voor betrokken adviesbureaus is het vaak niet meer dan “copy-paste” geweest om een rapport op te leveren).
Maar het goede van STAP is dat de conclusies van wat er moet gebeuren door telers getrokken zijn. Vanuit de basis is getracht duiding en consensus te vinden en dat is heel goed gelukt. De aanbevelingen lijken vaak open deuren maar door de onderlinge samenhang en de volledige breedte van de conclusies is het een sterk verhaal geworden.

Maar het is natuurlijk alleen nog maar papier. En papier is geduldig. De uitdaging wordt natuurlijk om het SMART te maken. Hoe kom je tot concrete stappen en hoe worden ze uitgevoerd? Daar is betrokkenheid van de gehele sector bij nodig en dat is niet eenvoudig. Maar ik begrijp dat het STAP team dit ook voortvarend wil aanpakken. Tot nu toe ging het hier altijd fout. Je komt  dan in het zuigend moeras van tegengestelde belangen, oude tegenstellingen en vooroordelen. Een pragmatische aanpak lijkt mij de meeste kansen bieden. Er zijn al allerlei initiatieven en deze moeten ondersteund en uitgebouwd worden.
Daar ligt mijns inziens voor STAP de uitdaging om op te pakken.

In de vele gesprekken die ik met telers en andere ketenspelers gevoerd heb is een selectief gehoor merkbaar. We horen graag wat we willen horen. De meeste mensen die ik spreek hebben het alleen maar over horizontale bundeling. Alle andere conclusies zijn niet zo doorgedrongen. Met bundeling alleen kom je nog geen stap verder.

Niets menselijk is mij vreemd dus vraag ik mezelf af: ‘Wat heb ik er nu uit onthouden?’ Welke punten en aanbevelingen uit de STAP conclusie vind ik nu van belang? 
Als eerste de kennis van de markt en de consument bij de telers. Die is heel gering. Een conclusie die ik geheel onderschrijf. Een Chinese rijstboer weet vaak nog meer van zijn markt dan een Nederlandse teler. Wij zijn vooral bezig met productie en kostprijs. De markt is vooral niet ons ding. De oplossing lijkt simpel maar is complex: kennis vergaren en in contact komen met de consument.
Een andere conclusie is die van overproductie en groeiende locale productie (local for local). Terwijl hier het areaal en de productie per m2 flink gestegen zijn, daalt in Europa langzaam de consumptie van verse groente, neemt de komende jaren het inwoneraantal van Europa jaarlijks af en wordt er steeds meer lokaal op zeer duurzame wijze geproduceerd. Er is een duidelijk verband te zien tussen productie en prijsvorming. Wanneer onze producties stijgen dalen onze prijzen bijna omgekeerd evenredig. Hier kan geen kostprijsverlaging tegen op. Oplossing: we moeten het ‘kostprijs denken’ loslaten. De kostprijs verlagen door het verhogen van de productie leidt alleen maar tot nog slechtere prijzen. Minder produceren leidt op korte termijn tot een beter marktevenwicht en betere prijzen. En door het meer investeren in onze afzet, merken en toegevoegde waarde kunnen we onze positie voor de langere termijn verstevigen en behouden.

Er is nog een hoop werk te doen. Er is niet één oplossing. Ook hier leiden meerdere wegen naar Rome. Maar een leidraad ligt klaar. Laten we dus gezamenlijk onze schouders er onder zetten en de tuinbouw weer gezond maken.

Naar boven

EHEC-oprispingen
reageer »

Het zijn de Pinksterdagen en ik zit in de tuin. Even uitpuffen van de laatste dagen. Ik laat alles nog eens in mijn hoofd passeren. Zelden zo’n rollercoaster aan ontwikkelingen in zo een korte periode meegemaakt.

Het zijn de Pinksterdagen en ik zit in de tuin. Even uitpuffen van de laatste dagen. Ik laat alles nog eens in mijn hoofd passeren. Zelden zo'n rollercoaster aan ontwikkelingen in zo een korte periode meegemaakt.

Dit was een echte crisis, eentje die de tuinbouw (en we zijn toch wel wat gewend) op zijn grondvesten deed schudden.

Het was opvallend hoe snel de dragende organisaties in onze sector dit begrepen hadden en de handen in elkaar sloegen. Niets dan hulde. Vooral alle mensen die zitting hadden in het crisisteam hebben keihard gewerkt en de zaken goed aangepakt. Ondanks alles waren we afhankelijk van hoe de Duitsers de crisis in eigen land aanpakten en met het voor ons verlossende woord kwamen. Maar er is gedaan wat gedaan kon worden. Het crisisbeheer heeft goed gewerkt.

Toch blijft er een onbevredigend gevoel achter. Machteloos bijna. Je wist nagenoeg zeker dat de EHEC-bacterie niet op de Nederlandse kasgroenten kon zitten. Maar toch bleven de Duitse autoriteiten saladegroenten ontraden aan de Duitse consument. Vooral het niet willen toegeven aan het Duitse publiek dat ze geen flauw idee hadden waar de oorzaak lag was blijkbaar niet te verteren voor de autoriteiten. Er moest ten allen tijde een zondebok zijn. Het risico van een algemene (voedsel)hysterie was te groot. Daar waren wij dus mooi klaar mee.

Deze crisis lijkt nu voorbij maar dat is hij nog lang niet. We gaan nog een lange tijd wantrouwen tegenover komkommers, sla en tomaten meemaken bij de Duitse consumenten. En omdat zij veruit onze grootste klant zijn kan een structurele vraaguitval van 5-10% al desastreus zijn voor de prijsvorming. Het blijft dus alle hens aan dek en extra inspanningen in promotie en communicatie zijn voor een langere tijd noodzakelijk.

Het is nog te vroeg voor een algehele evaluatie maar enkele van mijn conclusies wil ik u toch niet onthouden. Er kunnen tenslotte lessen getrokken worden uit deze crisis.

Al de investeringen en inspanningen die wij als sector gedaan hebben in glanzende certificaten zoals QS, Global-Gap en IFS zijn in deze crisis van weinig waarde gebleken. Wij als teelt en handel zijn vanuit Europa wettelijk verplicht om binnen vier uur te achterhalen van welke producent een bepaalde partij afkomstig is en om alle relevante informatie van deze producent aan te leveren. De Duitse Voedsel- en Warenautoriteiten daarentegen zijn drie weken bezig geweest om de "bron" te achterhalen. Ondanks dat al die certificaten ons, en ook de consument, niet geholpen hebben durf ik u te voorspellen dat er meer en strengere eisen en regels gaan komen.

Een andere conclusie is dat er weinig gebleken is van een bepaalde loyaliteit van klanten aan ons als leveranciers. Wellicht kan dit in zo'n situatie ook niet. Ook retailers leven bij de gratie van het vertrouwen van consumenten in hun formule en de producten die zij verkopen. Dit bewijst des te meer dat wij als producenten rechtstreeks het contact met de consument moeten gaan zoeken. De retail kan ons daarbij niet helpen. En met al die nieuwe communicatieplatforms via het internet zijn er gelukkig ook veel meer mogelijkheden.

Wat überhaupt opvalt is de belangrijke rol die internet heeft in deze crisis. We werden werkelijk gebombardeerd, via digitale krantensites en diensten zoals Twitter, met nieuwsflitsen en de meningen van journalisten en mensen zoals u en ik. Iedereen wilde er iets over zeggen. Het ging met een gejaagdheid die we nog niet eerder zijn tegengekomen. Tijd om de zin en onzin van elkaar te scheiden was er niet. Van alles ging er rond over het wereldwijde net. Hierdoor werd er een gigantische hype gecreëerd en de consument: die werd alleen maar voorzichtiger. Ook ik heb hier aan mee gedaan. Door te Twitteren en door alles te volgen via mijn Blackberry.

Er is al een "Slow Food" beweging, wellicht wordt het tijd voor een "Slow Communication" beweging.

Wat mij als laatste van het hart moet betreft de biologische kwekerij waar de EHEC-epidemie is uitgebroken. De indruk die ik ervan kreeg via de televisiebeelden waren dramatisch. Wat een kneuterige, onprofessionele en verwaarloosde bende. Dat daar zulke "gevoelige" kiemgroenten als taugé gekweekt mochten worden. Ik denk dat de Duitse controle-instanties ook hier wat boter op het hoofd hebben.

"Natuurlijk" is niet altijd beter, integendeel, de natuur zit juist vol met gevaren voor de mens.

De moderne teelt anno 2011 in kassen, zonder de risico's van natuurlijke mest, en mét maximaal biologische gewasbescherming, waarvan de producten verwerkt worden in hygiënische sorteer- en verpakruimtes, bieden de meeste zekerheid voor een schoon en gezond product. Daar liggen onze kansen na deze crisis!

Naar boven

De boot missen
reageer »

De huidige positie van de teler in de afzetketen is een weinig benijdenswaardige. De teler zit klem tussen steeds strengere overheidsregels, oligopolistische vermeerderingsbedrijven en een zeer beperkt aantal grote klanten.

De huidige positie van de teler in de afzetketen is een weinig benijdenswaardige. De teler zit klem tussen steeds strengere overheidsregels, oligopolistische vermeerderingsbedrijven en een zeer beperkt aantal grote klanten. In dit steeds beperktere speelveld proberen telers, telersverenigingen en handelsbedrijven hun weg te zoeken.

Dat de teler een weinig benijdenswaardige positie heeft is dagelijks goed te merken. De opbrengstprijzen zijn vaak (te) laag, de inwisselbaarheid met andere leveranciers is groot en de eisen van de grote klanten worden met de dag zwaarder. Vaak ontlaadt dit zich in het uiten van allerlei frustraties. Ongezouten wordt via internetfora en in excursiegroepen collega's en andere afzetorganisaties de maat genomen. Soms goed onderbouwd maar vaak op de man spelend en onder de gordel. Je bereikt er natuurlijk niets mee maar het lucht wel lekker op!

Wat zouden we moeten doen om deze neerwaartse spiraal te doorbreken? Zonder nu de wijsheid in pacht te hebben kan ik er wel een paar noemen.

Als eerste moeten we de huidige situatie accepteren zoals hij is. We kunnen er gefrustreerd van raken maar dat helpt niets. De macht ligt op dit moment bij de kopende partij, bij de retailer. Zij hebben het contact met de consument en ze hebben de leveranciers voor het uitzoeken. We moeten daarom zelf in beweging komen om voldoende tegenkracht te kunnen ontwikkelen.

Ook het aantal handelspartijen is te groot. Het is niet logisch dat, wanneer het aantal retailers in Europa blijft dalen en ook het aantal groententelers in Nederland al bijna gehalveerd is, het aantal handelsbedrijven gelijk blijft of zelfs iets groeit. Naar mijn verwachting zal ook hier een bepaalde consolidatie gaan plaatsvinden.

Wat ook niet helpt is het, zonder enige vorm van marktverkenning of marketingstrategie, klakkeloos uitbreiden van de teeltoppervlakten van onze producten. Als ik de geluiden moet geloven gaat bijvoorbeeld het areaal tomaten weer met 5 tot 10% groeien. Wie moeten die tomaten gaan opeten?

Omdat we continu in een situatie van overproductie verkeren hebben we de laatste decennia onze marktpositie danig verzwakt (tenzij we natuurlijk een verdrijvingsstrategie hanteren, dan zal de sterkste overleven maar dan moeten we ook niet klagen over onze marktpositie).

Wat wel helpt is het stoppen met klagen en als teler of telersgroep aan de slag gaan met de markt. Ontwikkelingen gaan altijd in golven en als iets een hoogtepunt bereikt is de verandering al ingezet. Alleen moeten we die veranderingen wel zien en bereid zijn er mee aan de slag te gaan. De kansen die onze sector worden geboden zijn legio. De vraag naar "local for local" en streekproducten, de wens van de consument tot een maatschappelijk verantwoord product, de opkomst van internet als verkoopkanaal, Social Media als communicatiekanaal naar de consument, het groter worden van het aandeel van groenten en fruit in ons voedselpakket. Zo kan ik nog wel even door gaan.

Volop kansen maar dan moeten we ze wel grijpen. Dus niet elkaar de maat nemen maar de handen uit de mouwen en zelf werken aan je toekomst. De kansen zijn er. Laten we zorgen dat we niet te laat wakker worden en de boot missen, dat andere ketenspelers ons weer voor zijn. Want dan rest ons straks alleen nog het introduceren van een Fair Trade logo voor Nederlandse groenten en fruit. En dat lijkt mij onze eer te na. Volgens mij willen we een sector van winnaars zijn.

Naar boven